Bernd is helemaal op zijn plek

Bernd is zes en heeft het Syndroom van Down. Hij gaat naar Kindcentrum Prins Constantijn in Papendrecht; een reguliere basisschool. Een heel bewuste keuze van ouders Bernard en Aukje. Dit leek - en lijkt nog steeds - het beste te passen bij hun zoon. Het vraagt natuurlijk om aanpassingen en inzet van alle betrokken partijen. Maar iedereen die Bernd ook maar even bekijkt in zijn schoolsetting, zal direct beamen dat hij er helemaal op zijn plek zit.

Voor Bernd is dit het derde jaar bij juf Fleur in groep 1/2. Hij heeft zich zeker ontwikkeld, maar kan niet met zijn leeftijdgenoten ieder jaar doorschuiven naar een volgende groep. De kinderen waarmee hij van start ging zitten nu net in groep 4. Bernd mag binnenkort gaan meekijken in groep 3. Leerkracht Fleur Rijnenberg kan inmiddels ‘lezen en schrijven’ met hem. Toen hij bij haar in de groep kwam, stond ze pas drie jaar voor de klas. Fleur: “In het begin vond ik het eerlijk gezegd best lastig. Bernd kan zich inmiddels redelijk duidelijk maken, maar dat was toen nog niet zo. Hij gebruikte veel gebarentaal bijvoorbeeld. Dat begreep ik niet altijd. Dat betekent dat je meer zaken moet benoemen en meer tijd nodig hebt om antwoord te ontvangen. Hij begrijpt wel snel. Ik ben altijd bezig met hem zoveel mogelijk bij de groep betrekken, maar ik zorg er ook voor dat hij op tijd even zijn rust krijgt. Ik moet er wel meteen bij zeggen dat Bernd altijd één op één begeleiding heeft in de klas; óf van een vaste onderwijsassistent óf van een vaste begeleidster vanuit de PGB. We doen het echt als team. Zonder hen zou ik het niet redden.”

Ontwapenend
Bernds moeder heeft haar zoon speciaal weer even meegenomen naar school voor het gesprek. De rest van de klas is al naar huis. Bernd is een ontwapenend jongetje. Hij rent de school binnen en hangt op aanwijzing van zijn moeder netjes zijn jas weg. Dan rent hij in één streep op leerkracht Fleur af. ‘Juf Fleur!’ en ze krijgt een dikke knuffel. Hij mag even bij de zandbak achterin de klas spelen. Na een hele tijd komt hij aanwandelen. Enthousiast overhandigt hij alle volwassenen een (zand)taartje.  Fleur neemt het dankbaar in ontvangst en Bernd grijnst van oor tot oor. Hij rent richting de Huishoek om een pop in bed te gaan leggen..

Bernd heeft een hartaandoening die hem helaas voor de herfstvakantie nogal parten speelde. Hij ziet dan heel bleek en is erg moe. Tijdens de vakantie is hij weer aardig opgeknapt, maar hij komt nu even halve dagen naar school. Hij moet vaker naar het ziekenhuis dan zijn klasgenootjes. Leerkracht Fleur kondigde een keer aan dat Bernd opgenomen moest worden. ‘Wat zouden we voor hem kunnen doen?’ vroeg ze toen de klas. Iedereen was het er roerend over eens dat hij klassenknuffel en lievelingspop Pompom mocht meenemen tot hij weer op school kwam. Fleur: “Bernd ligt heel goed in de groep. Het tweede jaar dat hij bij mij zat, moesten kinderen even wennen. Bernd was in hun ogen al ouder, maar gedroeg zich toch een beetje anders. Toen heb ik, zonder Bernd erbij, een keer besproken in de klas dat hij het syndroom van Down heeft en – veel belangrijker – waarom hij doet wat hij doet. Dat hij er een beetje anders uitziet bijvoorbeeld en ook dat hij minder duidelijk praat en andere kinderen vaker aanraakt. Ik heb ze via een rollenspel laten ervaren hoe je elkaar iets duidelijk kunt maken als je niet zo goed kunt praten. Toen begrepen ze hem veel beter.”

We kozen met open vizier en gaan uit van het beste scenario.

Aukje Renooij

Eigen routine
Aanpassingen zijn er in alle soorten en maten. Bernd heeft natuurlijk zijn eigen begeleiding. Maar motorische spelletjes bijvoorbeeld, doet Fleur gewoon met de hele groep. Hij krijgt op het moment extra hulp bij sociale interactie. Omdat één op één uitleg het beste werkt, gaat hij soms even uit de groep voor bijvoorbeeld rekenen of taal. Kinderen kiezen een werkje of spelletje op het speciaal daarvoor bestemde bord in de klas. Bernd heeft zijn eigen ladenkastjesysteem. Hij weet dat hij uit elke la, genummerd van 1 tot en met 5, iets moet doen, elke dag. De begeleidsters vullen de laatjes steeds voor hem.  Eten doet hij aan zijn tafeltje, terwijl de rest in de kring eet. En over de kring gesproken; omdat hij lastig een verhaal kan vertellen, heeft Bernd een fotomapje waarmee hij in het kringgesprek toch zijn klasgenoten kan laten zien wat hij heeft gedaan. Dat laatste was een idee van zijn moeder.

Moeder Aukje Renooij: “We denken mee met school en hebben elke twee maanden overleg met juf, begeleiders, zorgcoördinator en ambulant begeleider over de voortgang. Twee keer per jaar is er overleg over zijn leerdoelen. Als het nodig is, overleggen we tussendoor nog even met Fleur. Het contact is heel goed, open en eerlijk. We hebben gekozen voor regulier onderwijs, omdat dit een overzichtelijke school is. Iedereen hier kent Bernd. Bernd kopieert vrij gemakkelijk en kan hier veel leren. We besloten om voor Kindcentrum Prins Constantijn te gaan en niet voor Speciaal onderwijs. Met een open vizier; we gaan uit van het beste scenario. Of hij groep 8 hier wel of niet zal halen, weet ik niet. We zien gewoon hoe ver we komen. Tot op heden zijn we heel tevreden en blij. Bernd is een gezelligheidsdier en gaat ontzettend graag naar school. Ik heb tijdens een informatieavond uitleg gegeven aan de ouders van zijn klasgenoten. Er is nog nooit commentaar geweest. (lachend) Ja, van een vriendinnetje uit de klas. Die vroeg mij of Bernd nog wat duidelijker zou gaan praten. Toen ik instemmend antwoordde, zei ze: ‘Ok, dan ga ik met hem trouwen’.”

Intensief
Fleur: “Een kind met Down in de klas is intensief. Het hanteren van regels kost Bernd moeite. En hij vertoont onvoorspelbaar gedrag. Daar kan ik met een klas vol kinderen niet altijd meteen en adequaat op inspringen. Ook heeft hij soms verzorging nodig die ik niet kan bieden. Het lukt, omdat ik geweldige begeleiders in de groep heb die er altijd zijn, omdat er aanvullende begeleiding is (van de ambulant begeleider en de zorgcoördinator, red.), omdat er een goede communicatie is met Bernds ouders en om Bernd zelf natuurlijk. Het is namelijk vooral een grote lieverd.”

Delen: