Corona zette de deur op een kier, nu heb ik mijn voet er stevig tussen

Het nieuwe schooljaar is begonnen, het vorige vroeg veel van het aanpassingsvermogen van scholen en leerkrachten. Maar het leverde ook wat op. Zo bleken bepaalde corona-aanpassingen het behouden waard te zijn.

Friedeke Wisse is directeur van Kindcentrum De Nieuwe Linde in Nuenen. Voor haar zette de coronacrisis de zaken op scherp. “Hoe je het ook wendt of keert, je moet sneller tot de kern komen van wat je aan het doen bent – zoals in besprekingen met andere schooldirecties. Voor mij werkte het effectiever, omdat iedereen online veel meer to the point is. Het scheelde ook dat ik niet steeds hoefde te reizen. Dat maakt dat ik nu kritischer kijk naar afspraken; het hoeft niet allemaal continu fysiek bij elkaar. Hoewel ik het met mijn team wel weer heel fijn vind om samen op school te zijn. Aansturen gaat dan écht gemakkelijker en natuurlijker, bijvoorbeeld omdat ik bepaalde onderstromen veel sneller kan oppikken.”

Dat sneller tot de kern komen geldt ook voor het lesgeven, zag Wisse. “De coronatijd heeft voor ons extra benadrukt dat bepaalde stramienen losser mogen en kunnen. Kinderen moesten vanuit thuis meer zelf aan de slag en dat noopte ons tot het verder aanpassen van ons onderwijsaanbod aan de individuele leerling. Even heel gechargeerd gezegd stop je met het van A tot Z aanbieden van de methodestof en ga je als leraar veel kritischer kijken naar wat een kind écht nodig heeft om te leren. Een weg die we al eerder zijn ingeslagen, maar die we met de opgedane corona-ervaring veel sneller kunnen vervolgen.”

Flinke sprongen

Ook bleek volgens Wisse dat je in crisistijd de bestaande toetsstructuur makkelijker kunt loslaten. “Als leraar toets je bijvoorbeeld door de kinderen te vragen hun scherm te tonen met daarop een opdracht die ze net hebben 16 gemaakt. Om vervolgens samen te kijken naar wat er goed ging en hoe het de volgende keer beter kan. Er zijn kinderen die daardoor in het afgelopen halfjaar flinke sprongen hebben gemaakt. Onze kijk op toetsen is niet ineens compleet omgeturnd, dat zou raar zijn. Maar de coronacrisis heeft het denkproces over de zin en onzin van toetsgedrag wel versneld. We willen hoe en wanneer we toetsen daarom nóg meer dan voorheen flexibel laten zijn, dus los van ‘verplichte’ afnamemomenten waar sommige leraren zich aan gebonden voelen, en puur gebruiken als graadmeter. Om te zien waar een kind staat en wat het nodig heeft om verder te komen over een week, een maand of een jaar. Zo’n periode die afwijkt van normaal, weekt je los van een bestaand keurslijf en maakt dat je alles herijkt. Op die manier heeft het, ondanks alle rompslomp, toch een zinvolle uitwerking gehad. Maar begrijp me niet verkeerd: het is vreselijk dat je het fysieke en sociale contact ontbeert. Dat hebben we echt enorm gemist.”

”Ik had soms 54 leerlingen in de chat”

En dan was er nog de grotere afhankelijkheid van computers, software en apps. Wisse: “We moesten versneld van álles digitaal aanbieden. Bij leerkrachten die daar nog minder behendig mee waren, ging hierdoor definitief de knop om. Ze gingen aan de slag met onder meer instructiefilmpjes en Microsoft Teams. Er was geen keus, het moest nu wel. Die grotere klik met ICT zie ik als winst van de hele coronaperiode. Het thuisonderwijs dwong ons om letterlijk met meer afstand onze manier van onderwijzen te bezien. We zijn er vooral kritischer door geworden. Dat levert meteen veel vragen op. En nee, daar heb ik nog geen pasklare antwoorden op. Maar denk aan: welke lesstof willen we per se behandelen? Hoe bieden we ieder kind individueel nog meer maatwerk? Maar ook: kunnen leerlingen uit de bovenbouw misschien voortaan op vrijdagmiddag thuis aan een individuele opdracht werken, in plaats van op school? Om op die manier alvast een brug te slaan naar de grotere zelfstandigheid die het VO vraagt. Want de gegroeide zelfstandigheid van leerlingen vind ik zeker ook een van de waardevolle opbrengsten van de coronatijd. Dat geldt niet alleen voor de bovenbouw, ook onze kleuters bleken zelfstandiger. Dat heeft ervoor gezorgd dat ze nu zonder hun ouders de school in komen. Dat gaat prima en de dag start voor iedereen veel rustiger. Ik hoor van leerlingen uit alle groepen terug hoe fijn ze dat vinden. Hoe we de ‘coronawinst’ precies gaan inbedden, weet ik nog niet. Wel heb ik een rotsvast vertrouwen in ons team. Het klinkt als een cliché, maar we zijn hier beter uitgekomen.”

Eigen koers varen

Leerkracht Peggy Eijsermans werkt op basisschool De Zonnewende (locatie de Keerkring) in Apeldoorn. Ze
geeft er les in groep 7 en in groep 8. De coronaperiode zag ze vooral als een continue uitdaging. “Ik voer mijn eigen koers, je moest wel. Ik ben nog meer gaan doen met Snappet. Die chatknop voor leerlingen was een geweldige uitkomst. Soms had ik wel 54 kinderen in de chat. Maar zo kon ik wel steeds zien waar ‘mijn’ kids mee bezig waren. Ik kon ze helpen. Of gewoon even kletsen. En zélfs om elf uur ’s avonds nog tegen iemand zeggen: ‘Joh, misschien moet je nu maar lekker gaan slapen’. Naast het herontdekken van Snappet, heb ik heb ook twee nieuwe dingen ontdekt: Padlet - een soort digitaal prikbord waarop je zaken kunt plaatsen en delen - en Parro, een communicatie-app om ouders gemakkelijk te betrekken bij school. Beide vond ik via Facebook, allerlei leraren plaatsen daar hun bevindingen. Ik had daar veel aan, want waarom zou je allemaal het wiel steeds opnieuw uitvinden? Al deze hulpmiddelen blijf ik gebruiken; ze zijn zó handig. Voor Parro hebben we de coronatijd als try-out periode benut. Nu hebben ouders dus één handige agenda-app voor al hun kinderen bij ons op school. Als leraar kun je aangeven tot hoe laat je elke dag beschikbaar wilt zijn, zodat je niet ’s avonds laat nog apps hoeft te lezen met vragen over schooluitjes. Padlet blijven we gebruiken om documenten in te plaatsen en te delen. Zo had ik er voor de zomervakantie een heel pakket aan extra oefeningen voor alle vakken in geplaatst, voor kinderen die zichzelf wat willen bijspijkeren. Dat is niet verplicht, maar ik wilde ze de mogelijkheid wel geven. In dit nieuwe schooljaar zet ik er voor iedereen de weekplan- ning in. Overzichtelijk voor de leerlingen, voor mij, voor ouders, zelfs voor oppassende oma’s en opa’s.”

Heilige huisjes

Tot zover de technische kant, want de coronaperiode heeft voor Eijsermans meer dan alleen technische winst opgeleverd. “Misschien schop ik nu een aantal heilige huisjes in het Nederlandse onderwijs omver, maar door de coronatijd weet ik zeker dat ik verder kom met mijn groepen als ik ze in tweeën deel en beide helften een halve dag onderwijs geef. Dus: in plaats van ruim dertig kinderen een hele dag in de klas, kan ik veel meer bereiken met vijftien kinderen die een halve dag op school komen. Dat merkte ik in de periode dat we weer mochten opstarten. Dat was goud voor mij en mijn leerlingen. Ik kan aan een halve groep meer aandacht schenken, meer uitleg geven, sneller inspringen bij een foutje en op het sociale vlak hoef ik veel minder vaak in te grijpen. Terwijl een groep van vijftien kinderen groot genoeg is om wél sociale vaar- digheden te kunnen leren. Ik heb er hier op school al een balletje over opgegooid. Want: kinderen leren rustiger en beter en ik werk net zo lang, dus ik kost net zo veel. Corona zette op dit punt de deur voor mij op een kier en nu probeer ik mijn voet er stevig tussen te houden. Ik verwacht echt dat we hier winst voor onze leerlingen kunnen behalen.”

Als laatste ziet Eijsermans nog een pluspunt in het feit dat ouders nu, door het thuisonderwijs, beter zicht hebben op de leerhouding van hun kind. “Eerder moest ik wel eens praten als Brugman om hen uit te leggen dat een school- advies was hoe het was, omdat hun kind – ik geef nu maar even een voorbeeld – een erg korte spanningsboog heeft. Daarbij kon ik niet altijd op begrip rekenen. Nu hebben ouders dat zelf thuis kunnen erváren.”

Delen: