De leraar als rolmodel - deel 3: lerende leraar

In onze 21eeeuw zou het normaal moeten zijn dat onze kinderen al op de basisschool eraan wennen dat initiatief nemen en je verantwoordelijk gedragen, zelf blijven nadenken en steeds kritisch lezen en luisteren, normaal gedrag zijn. Zulke kwaliteiten hebben kinderen nodig om zich te kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen zijn. Tegelijk is dat nodig om een constructieve bijdrage te kunnen leveren aan een veranderende samenleving (Lehmann & Chase, 2015). Dat kunnen die kinderen alleen leren als deze kwaliteiten in de klas vanzelfsprekend zijn. Dit betekent dat hun leraren zulke kwaliteiten zelf ook normaal vinden en dagelijks voorleven (Stevens & Bors, 2015). Hoe dat kan? Daarover gaat deze serie van drie afleveringen. 

Leraren die het aanspreekt dat de leerling actief en verantwoordelijk zijn in de lessen willen vaak ook zo gaan werken. Om op weg te gaan naar ‘kindgericht onderwijs’, hebben zij soms de neiging om te beginnen met de organisatie en de materialen of software. Toch is dat voor hen meestal niet de kern van wat er moet veranderen. Voor hen geldt eigenlijk hetzelfde als voor hun leerlingen. Zij moeten ervaren dat er condities zijn voor die drie psychologische basisbehoeften. De verandering zit in de eerste plaats in hen zelf. Daartoe moeten zij ervaren dat zij mogen leren en dat betekent heel concreet dat ze (kleine) veranderingen in hun handelen mogen uitproberen. Dat ze kunnen samenwerken daarbij en elkaar helpen. Het betekent ook dat de leden van het mt niet gaan beoordelen en hen te lijf gaan met afvinklijstjes, maar hen ondersteunen en hun uitprobeermomenten opvatten als leermomenten en die faciliteren.

Het mooie hiervan is dat leraren die zo met hun werk omgaan, wel zullen investeren met tijd en energie, maar daardoor ook ervaren dat ze er veel voor terugkrijgen. Ga maar na: als leerlingen meer autonomie ervaren en daardoor veel gerichter kunnen oefenen, leidt dat tot meer motivatie en tot duurzamer resultaten. Dat maakt weer dat leraren durven doorgaan en gemotiveerd blijven om steeds weer een stapje verder te gaan. Als dit de sfeer en de cultuur in een team bepaalt, ontstaat er een lerend klimaat en dat geeft allen energie (Janson, 2017c).

Ervaren dat verandering mogelijk is en dat inspanning leveren en de juiste keuzes maken tot effect leiden, draagt bij aan het ontwikkelen van een op groei gerichte mindset. Dat is winst, want te veel leerlingen en leraren denken dat de bestaande 
situatie nu eenmaal zo hoort en dat draagt juist bij aan een fixed mindset (Dweck, 2006). Dat wil zeggen dat men zichzelf als het ware een etiket opplakt: zo ben ik nu eenmaal. Dat geeft niet bepaald energie…

Deze plaatjes illustreren het verschil tussen een papieren planning en een werkelijk leerproces. Dat geldt net zo voor de leerlingen als voor de leden van het team. Dat zegt iets over de manier waarop een schoolplan een lerend team wel of niet kan ondersteunen, maar ook over de rol van methoden bij het leren van de leerlingen. 

Wat kan er dan anders? Het schoolplan beschrijft niet allerlei losse activiteiten en een planning over vier jaar. Het schoolplan benoemt de visie van de school (en dus van het team!) en de consequenties daarvan. Dat leidt tot een perspectief waaraan het team gaat werken. Zo’n perspectief bestaat dan uit aspecten die het team na die vier jaar wil weten, kunnen en doen, maar altijd ook wat na die vier jaar niet meer zal voorkomen op de school. Veranderen betekent namelijk niet dat er steeds meer bijkomt, maar dat je als team dingen (gedrag en vanzelfsprekendheden) inruilt voor wat anders. 
Een team dat de motivatie van de leerlingen wil versterken, moet dan allerlei belonings- en beoordelingssystemen afschaffen. Daarvoor in de plaats komen  dan manieren om de inhoud van de vakken centraal te stellen en betekenisvol te maken. Niet de verpakking moet centraal staan, maar de condities om de leerlingen op een betekenisvolle manier met die inhouden actief te laten zijn. Bovendien moeten die activiteiten aansluiten bij en een beroep doen op hun voorkennis.  

Te vaak lijkt het alsof ‘moeilijk’ iets is dat in een leerproces vermeden moet worden. Toch is dat nu juist de reden om je in te spannen. Als het gemakkelijk was geweest, had je het oefenen wel kunnen overslaan (Janson, 2017a). Ook dat hoort weer bij die mindset. Dit vraagt van leraren voortdurend alertheid: voor wie is het nuttig om hiermee aan de slag te gaan? En ook dan heeft dat weer effect zodra de leerlingen merken dat hun leraar dit in de gaten heeft en daarom andere keuzes maakt (De Pater-Sneep & Janson, 2015). Leraren blijken als hun leerlingen verbondenheid ervaren ook te gaan fungeren als rolmodel. Als je afwijkt van wat de methode had bedacht en dat uitlegt en een goed alternatief biedt, leren de leerlingen: “Je mag dus zelf denken en zelf kiezen wat beter en effectiever is.” Tegelijk ervaren zij wat leren echt is. Niet zorgen dat de taak af is, maar iets doen dat helpt om een probleem te herkennen en te analyseren en dan de juiste keuzes te maken (Janson, 2017b). Door dit te verwoorden met een maatje en te herhalen tot het vanzelfsprekend is geworden, ervaren leerlingen dat zij eigenaar zijn van dat leren. Dat is precies wat dat artikel 8 van de WPO bedoelde en ook wat prof. Luc Stevens al sinds de jaren ‘90 probeert duidelijk te maken. Het kan echt!

Hoe dat bij jullie op school ingevuld kan worden en wat daar eerste stappen kunnen zijn, kunnen we in zo’n algemeen artikel natuurlijk niet gedetailleerd voorschrijven. Dan zouden wij doen wat we in de klas juist willen zien verdwijnen… Daarvoor is ook niet één recept. Belangrijk is dat je als team de principes onderschrijft en met elkaar op zoek durft te gaan naar manieren om recht te doen aan de ontwikkeling van de kinderen die aan jullie zijn toevertrouwd. Dat is niet een kwestie van een knopje omzetten of materiaal aanschaffen. Hiervoor moet je de tijd nemen en gedurende het jaar durven focussen, zodat die veranderingen eigendom van het team zijn en geen tijdelijke trucjes. 

Tekst: Dolf Janson en Martie de Pater-Sneep

Over de auteurs:
Martie de Pater-Sneep is zelfstandigonderwijsadviseur en rekenspecialist (depateronderwijsadvies.nl)
Dolf Janson is zelfstandig onderwijsadviseur en -ontwikkelaar, daltonopleider en auteur.
(www.janson.academy)

Bronnen:

Deci, E.L. & Ryan, R.M. (2000). The ‘what’ and ‘why’ of goal pursuits: human needs and the self-determination of behavior. In: Psychology Inquiry 11, 227-268.

Dweck, C.S., (2006); Mindset. New York: Ballantine.

Hoog, M. de (2015). Deze man pakt de onzichtbare discriminatie in het voetbal aan. In: De Correspondent6 februari 2015.

Janson, D.J. (2017). Rekenonderwijs kan anders.Nieuwolda: Leuker.nu

Janson, D.J. (2017). Uitdagend en functioneel taalonderwijs. Nieuwolda: Leuker.nu

Janson, D.J. (2017). Onderweg naar kindgericht onderwijs. In: PO-Management2017-2

Janson, D.J. (2018). Op zoek naar letters – de andere spellingdidactiek voor de basisschool. Rotterdam, MJEO. 

Karels, M. (2016). Van jaarklassensysteem naar kindgericht onderwijswww.wij-leren.nl

Karels, M. (2017). Kindgericht onderwijs in een lerende school. www.wij-leren.nl

Lehmann, Chr. & Chase, Z. (2015). Building school 2.0 – How to create the schools we need?San Francisco: Jossey-Bass.

Pater-Sneep, M. de (2014). De leerlijnen de baaswww.wij-leren.nl

Pater-Sneep, M. de & Janson, D.J. (2015). Effectieve voorbereiding van de rekenles. In: JSW 99(9)

Ritchhart, R. (2015). Creating cultures of thinking. The 8 Forces We Must Master to Truly Tranform Our Schools. San Francisco, CA: Jossey-Bass.

Ruijters, M.C.P. (2017). Liefde voor leren. Deventer: Vakmedianet.

Stevens, L.  & Bors, G. (red.)(2015). Pedagogische tact – Op het goede moment de juiste dingen doen, óók in de ogen van de leerling. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Ven, M. van de (2017). Gepersonaliseerd leren in een notendop. Helmond: OMJS.

Walsh, J.A., & Sattes B.D. (2017). Quality questioning, 2nd Edition. Thousand Oaks: Corwin.

Delen: