"Ga niet uit van wat er is, maar anticipeer”

Eind vorig jaar deed Marcel Beukeboom zijn intrede in de Volkskrant Top 200 van invloedrijkste Nederlanders. Mooi, want als Klimaatgezant heeft hij een stevige opdracht te vervullen; die invloed is daarbij hard nodig. De wereld moet in beweging komen. Beukeboom heeft zijn hoop deels gevestigd op het verandertalent en aanpassingsvermogen van kinderen en jongeren.

Waarom is dat?
“De denkwijze van jongeren is anders. Frisser, losser. Denk maar eens aan hoe jonge mensen bestaande systemen op hun kop hebben gezet, door innoverende diensten als Airbnb en Uber te lanceren. Ik besteed veel aandacht aan jongeren, wil een facilitator voor hen zijn. Ik neem ze soms ook mee wanneer ik op reis ga. We hebben mensen nodig die breder denken. Vooralsnog bestaan oplossingen, voor bijvoorbeeld vervuiling en CO2-uitstoot, vaak uit het proberen weg te nemen van negatieve effecten. Dus: we houden wel de auto, maar proberen de uitstoot ervan te verminderen of minder schadelijk te maken. Jongeren die ik spreek, kijken anders en zeggen: ‘Stop om die auto überhaupt als uitgangspunt te nemen’. Dát hebben we nodig. Willen we ons huidige systeem echt veranderen, dan zullen we de samenleving anders moeten inrichten.”

Kunnen kinderen en jongeren hun stem nu laten horen? En hoe dan? 
“Greta Thunberg is inmiddels een heel bekend voorbeeld. Zij spreekt ook bij veel jonge kinderen tot de verbeelding. Mijn jongste dochter heeft een spreekbeurt over Greta gehouden. Wat ik belangrijk vind, is dat meer en meer jongeren zichtbaar en hoorbaar zijn. Ze zijn inmiddels het stadium van traditioneel op straat protesteren voorbij en gaan verder. Een prachtig voorbeeld hiervan vind ik ‘Sail to the COP’; een initiatief van vier jonge veranderaars die aandacht vragen voor een toekomstbestendige manier van transport. Met een zeilboot reisden zij naar de VN-klimaattop (de COP25) die begin december 2019 in Chili zou plaatsvinden. Terwijl ze onderweg waren, verplaatste de top naar Madrid. Aan boord waren 35 young professionals die tijdens die reis onderzoek deden naar mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. Ze deden dat via casussen, formuleerden vervolgens een visie en bedachten een pakket maatregelen om deze vervolgens aan te bieden aan beleidsmakers.”

We hebben voorlopers nodig die het bestaande systeem uitdagen

Heeft dat effect?
“Ik ben een positief mens en omarm veranderingen. We hebben voorlopers nodig die het bestaande systeem uitdagen. Effect heeft het zeker: een paar jaar geleden kende niemand nog het woord ‘vliegschaamte’. Intussen is het een veel gebezigde term en zijn mensen zich bewuster van de milieuschade die reizen per vliegtuig veroorzaakt. Zelf houd ik er ook rekening mee. Ik ben kritisch op internationale verzoeken, vlieg nooit ‘zomaar’ ergens heen. Ik moet een aantal afspraken in het buitenland kunnen combineren, anders ben ik aanwezig via videoconference. Daar moeten mensen aan wennen, ja. Maar het werkt wel gewoon prima. Dit soort besef kan dus snel groeien en resultaat geven. Kijk maar naar het effect van morele bewustzijnscampagnes als ‘Glas; gooi het in de glasbak’. Ook roken vinden we en masse niet meer kunnen. Die zaken zijn ook in een paar jaar bij iedereen tussen de oren geraakt. Natuurlijk is het een samenspel ván factoren: de overheid heeft ook duidelijk een rol in het aanjagen van duurzame mobiliteit. Vliegen is bijvoorbeeld schandalig goedkoop; het zou juist veel meer ontmoedigd moeten worden.”

Wat is jouw rol daarin?
“Constant afwegen, bemiddelen, overleggen tussen mensen en partijen met tegenstrijdige belangen. Het is geen kwestie meer van een gebrek aan common sense; dát is er wel. Uitleggen ‘waarom’ we moeten veranderen, dat hoeft niet meer. Maar het ‘hoe’, daar zijn de meningen nog over verdeeld. Mijn werkterrein is een heel ingewikkelde puzzel, één grote kluwen die langzaam ontrafeld moet worden. Lokaal, landelijk, mondiaal; er zijn altijd mensen die iets te verliezen hebben als het systeem op de schop gaat. Landen die drijven op toerisme en die bang zijn door onze toenemende vliegschaamte hun inkomstenbron te zien opdrogen. Of landen waar vervuilende centrales, die wij het liefst zien verdwijnen, wél een heel groot deel van de bevolking aan het werk houden en daarmee uit de armoede. Het is nooit een simpel zwart-wit verhaal en ik praat liever niet in termen van goed of fout. Feit is dat we het met z’n allen ánders moeten doen. Daarvoor is een bredere blik nodig dan alleen die op eigen bedrijf, eigen land, eigen belang. Door te denken in termen van innovaties en verdienmodellen, houden we nog steeds ons huidige systeem in stand. We moeten het juist gaan hebben over ons idee van bezit, over andere levensvormen, over ideologie. Dat zijn grote begrippen en die druisen behoorlijk in tegen de ‘mantra’s’ van het huidige (politieke) systeem. Dat schrikt af. Terwijl we daar juist met open blik naar moeten durven kijken. Daarom put ik hoop en inspiratie uit initiatieven als die van de ‘Sail to the COP’-jongeren. Maar ook uit andere ‘verfrissende’ denkpatronen.”

Zoals?
“Een mooi voorbeeld vind ik kunstenaar en uitvinder Ap Verheggen. Hij bedacht en bouwde verschillende ‘water-uit-lucht-machines/sculpturen’, onder de naam SunGlacier. Hij kreeg van Defensie de ruimte om zijn uitvinding te testen in de droogte van de woestijn in Mali. Daar ontdekte hij het ‘groeiend waterval principe’. Om een lang verhaal korter te maken: hierdoor is het winnen van water uit lucht met zonne-energie (wat efficiënt, betaalbaar en nog nooit vertoond bleek te zijn) nu op korte termijn beschikbaar over de hele wereld. Dat vind ik een bijzonder inspirerend verhaal. Het geeft aan dat er zóveel mogelijk is. Als er maar samengewerkt wordt tussen verschillende disciplines. En als de ruimte wordt geboden door bedrijven, overheden of investeerders om te onderzoeken en te experimenteren. Dat gebeurt gelukkig in toenemende mate. Dit zijn natuurlijk ook prachtige voorbeelden om in het onderwijs te gebruiken; ze spreken tot ieders verbeelding.”

Welk advies heb je voor het onderwijs?
“Laat ik vooropstellen dat ik niet belerend wil zijn. Leraren zijn zelf de professionals, ik kan hun beroep nooit béter doen. Wat ik weet, is dat de toekomst significant anders wordt dan de wereld waarvoor wij zijn opgeleid. De economie waarin wij opgroeiden was lineair. Dat systeem houdt op te bestaan. Van de opgroeiende generaties wordt een andere manier van kijken naar de wereld gevraagd. We moeten meer uitzoomen en het grote geheel beschouwen. Zo’n andere kijk redden we niet met een kleine aanpassing van het huidige onderwijs. Ook daarvoor geldt: ga niet uit van wat er is en ga dat optimaliseren, maar anticipeer. Denk na over waar het heen gaat, de richting die wij allemaal moeten inslaan, en wat dáárbij past. Een nieuwe manier van kijken, kun je alleen ontwikkelen door te doen. Er alleen over blijven praten, zet geen zoden aan de dijk.”

En iets concreter?
“Als ik me afvraag of we kinderen tegenwoordig nog wel de juiste vaardigheden meegeven, dan denk ik van niet. De veranderingen in de wereld gaan op dit moment zó snel. Ik zie wel, bijvoorbeeld op de school van mijn eigen kinderen, dat ze meer interactief, onderzoekend en participerend leren. Zeker vergeleken met mijn eigen onderwijs vroeger. Dat vind ik een mooie en goede ontwikkeling. Verder ligt er op dit moment een voorstel bij de minister voor een vernieuwd curriculum, samengebracht in Curriculum.nu. Daarin is duurzaamheid toegevoegd als een soort extra pijler. Wat ik hoop, is dat duurzaamheid een dwarsdoorsnijdend thema wordt binnen het nieuwe curriculum. Dus dat leerlingen niet een uur in de week bezig zijn met ‘sec’ dat onderwerp. Maar dat – als je Curriculum.nu voor je ziet als een volle boekenplank – er aan ieder boek op die plank een hoofdstuk duurzaamheid wordt toegevoegd. De kunst zal echt zijn om het te integreren in de gehele lesstof. ‘Duurzaamheid kan beter geen vak worden, want dan kun je het laten vallen’, zeg ik daarom wel eens.”

Begrijp je ook dat scholen, of leraren op scholen, misschien denken: wat kunnen wij bijdragen aan dat grote, mondiale, nieuwe denken?
Ik begrijp dat de spanwijdte van leraren en schooldirecteuren ergens beperkt is, maar scholen hebben een belangrijke rol in het creëren van een groeiend besef in de samenleving dat duurzame keuzes gevraagd zijn. Als duurzaamheid op school een thema is, heeft dat een breder effect naar buiten: naar de kinderen, naar ouders, familie, de buurt. Het gaat daarbij ook om onbewuste signalen die je als school uitzendt.”

Wat voor signalen?
“Heel praktisch: ben je als school energie-efficiënt? Liggen er zonnepanelen op het dak of branden er nog tl-lampen als iedereen al lang naar huis is? Is het schoolplein groen en uitdagend of ligt het vol tegels? Dat lijken misschien kleine voorbeelden, maar onbewust geef je daarmee signalen af aan de kinderen en ouders die bij je komen. Ik ga niet met mijn vinger zwaaien, zeggen of iets klopt of niet, maar ik kan wel vragen stellen. Ben je je als schooldirecteur, leraar of ouder bewust van de voetafdruk die school achterlaat? En kun je die misschien verkleinen? Een simpel voorbeeld: steeds meer ouders brengen hun kinderen met de auto naar school. Maar is duidelijk waarom? Stel, op jouw school blijkt: ouders doen dit, omdat hun kinderen onderweg anders een gevaarlijk kruispunt moeten oversteken. Is er dan niet een oplossing, misschien zelfs wel een relatief simpele, om die verkeerssituatie aan te passen? Zodat het autogebruik rond school flink daalt? Door gewoon vragen te stellen, bewustwording te laten groeien en met verschillende partijen samen te werken, kan er al een heleboel verbeteren.”

Dus het is een misvatting dat je als persoon, als school of als kleine ondernemer niks kunt bewerkstelligen?
“Natuurlijk. De grootste bedreiging zit ’m in het blijven zitten waar je zit. Dan weet je zeker dat je uiteindelijk verliest. Daarom zeg ik nogmaals: anticipeer. Ook hier heb ik een mooi voorbeeld van: de Salt Farm op Texel. Daar wordt op het land, als een soort openluchtlaboratorium, getest en gekweekt om aardappels, wortels en bieten te kunnen produceren die zoutbestendig zijn. Dat wordt vanuit veel verschillende delen van de wereld met grote interesse gevolgd, omdat wereldwijd de verzilting van landbouwgrond een groot probleem is. Waarmee ik wil aangeven: wie zijn of haar kop in het zand steekt, komt straks bedrogen uit. Maar je kunt ook vooruitkijken, creatief zijn, kansen zien én benutten. Dat geldt voor ondernemers, maar natuurlijk net zo goed voor het onderwijs. Als je als mens wordt aangesproken op je professionaliteit kun je daarvan schrikken, maar het is óók leuk. Het vraagt je om buiten dat wat je kent te treden en iets anders te doen. Dan ligt er een heel nieuwe wereld voor je open.”

Tot slot een persoonlijke vraag: hoe gaat het er bij jou thuis aan toe?
Lachend: “Vroeger zat mijn moeder al in een eco-team en wij aten thuis biologisch, dus ik heb het letterlijk en figuurlijk met de paplepel ingegoten gekregen. Nu in mijn eigen gezin? Mijn vrouw is bijvoorbeeld druk bezig om de gemeente waarin wij wonen te ‘vergroenen’. Zo heeft ze afgelopen jaar ‘Recycle Sint’ georganiseerd. Een speelgoedruilmarkt, waardoor niet iedereen steeds weer onnodig nieuwe speelgoed hoeft aan te schaffen en goede spullen een tweede leven krijgen. We kopen eten bij een lokale boer. En zelf ben ik 24/7 met het klimaat bezig. Het eerstvolgende hoogtepunt waar ik nu naartoe werk, is de ‘United Nations Climate Change Conference, COP26, in Glasgow dit jaar. Maar het belangrijkste in mijn hele klimaatgezantschap is dat ik aanzet tot verandering. Op kleine en op grote schaal. Van een jongere die geïnspireerd raakt door wat ik doe en later iets prachtigs tot stand brengt tot aan beleidsaanpassingen waardoor miljarden gaan verschuiven. Maar verandering moet er komen. En niet morgen, maar nú.”

 


Marcel Beukeboom is sinds november 2016 Klimaatgezant voor het Koninkrijk der Nederlanden. Als thematisch ambassadeur vertegenwoordigt hij het Koninkrijk wanneer er internationaal over klimaat gesproken wordt. In Nederland is hij het boegbeeld van het Nederlandse klimaatbeleid, en is hij betrokken bij de uitvoering hiervan. Daarvoor werkte hij bijna 20 jaar in de diplomatie in binnen- en buitenland, voor verschillende ministeries.

Delen: