Geachte Minister van het Ministerie van de Toekomst,

Beste Arie,

Het valt niet mee om tegenwoordig de minister van onderwijs te zijn. Je kunt het nauwelijks goed doen. Nooit geld genoeg, altijd gedoe, beetje Rupsje Nooitgenoeg, die onderwijsmensen. 

Afgelopen woensdag was de presentatie van De Staat van het Onderwijs en heb ik u op Radio1 horen vertellen over conclusies en plannen. Best wel veel positieve ontwikkelingen: de 700 miljoen die nu beschikbaar is, het nieuwe curriculum voor het basisonderwijs, klinkt allemaal heel goed. Helaas wordt hiermee ons grootste probleem nog niet echt opgelost, zeker niet voor de langere termijn: het lerarentekort. De afgelopen decennia is het onderwijs aan alle kanten uitgekleed, afgeperst, uitgeperst en wat betreft kwaliteit in de (internationale) gevarenzone terecht gekomen. Wie wil daar nog deel van uitmaken? 

Tijdens de presentatie heb ik van alles voorbij horen komen: onderwijsvernieuwingen, projecten, onderzoeken en wat al niet meer. Je kunt je afvragen of de afgelopen decennia werkelijk iets nieuws is toegevoegd aan het onderwijs. Wie enig onderwijshistorisch besef heeft, weet dat het gedachtengoed van bijvoorbeeld Jan Lighthart, Maria Montessori en Helen Parkhurst vandaag de dag nog net zo actueel is als in hun tijd, begin vorige eeuw. Wat nu als ‘nieuw’ gepresenteerd wordt, is niet zelden een typisch geval van ‘oude wijn in nieuwe zakken’. De vraag is of al die veranderingen ook effectieve verbeteringen voor het onderwijs aan de kinderen zijn geworden.

De leraar die dit jaar na jaar over zich heen voelt komen, is hier ook niet altijd even gelukkig mee. Met een hart voor kinderen kom je er niet meer mee. De rustgevende gedachte dat de methode het allemaal goed geregeld heeft, volgens de (nu nog) geldende kerndoelen, is voor veel leraren lange tijd als een rots in de branding. Inmiddels lijkt de rots meer op een ijsberg die onder invloed van de onderwijsklimaatverandering steeds verder afbrokkelt, totdat je uiteindelijk als leraar moeite moet doen om samen met de leerlingen het hoofd boven water te houden. 

Iedereen die afgelopen woensdagochtend aan tafel zat bij Spraakmakers (NPO1) was van mening dat het anders moet, ieder op zijn eigen manier, vanuit het eigen speeltuintje. Mooi om te horen, de vraag is echter of we hier met z’n allen echt wijzer van worden, om nog maar niet te spreken van de kinderen, die zo ongeveer het ‘lijdend voorwerp’ van het onderwijs zijn geworden. Het moet anders, dat is duidelijk, maar waar begint de enige echte basale verandering/verbetering?

Je bent als leraar het schaap met de vijf poten. Dat loopt uitermate lastig.

Jetta Franssen

Kort antwoord: bij de opleidingen.
De huidige opleidingen maken van de leraar de huisarts van het onderwijs: je weet van alles wat, hebt de nodige protocollen en methoden en als jij niet meer verder weet/kunt, dan verwijs je naar de specialist. (logopedist, leesbegeleider, rekencoach, schrijftherapeut, gedragsspecialist, speciaal onderwijs, et cetera). Dat is de huidige gang van zaken in veel scholen, voor zover de specialisten niet zijn wegbezuinigd. Ouders die het kunnen betalen, regelen wat nodig is voor hun kroost. Ouders die deze luxe ontberen, moeten zich redden met wat de school te bieden heeft. Zo wordt ongelijkheid vanuit de overheid in de hand gewerkt. 

De opleidingen moeten uiteraard ook met het nieuwe curriculum aan de slag, uitgaande van de eerste vraag: welke leerkracht moet aan het eind van de opleiding staan, een startbekwame of een vakbekwame leerkracht? 

In vier jaar opleiding de kennis vergaren voor onderwijs in alle vakken aan kinderen in de leeftijd van 4-12 jaar is geen realistisch doel. Dit is een onmogelijke opgave en doet geen recht aan de talenten en ambities van de toekomstige leerkracht. Weinig mensen hebben de klik met alle leeftijden in combinatie met de kennis en vaardigheid voor alle vakgebieden. Je bent als leraar het schaap met de vijf poten. Dat loopt uitermate lastig.

Wat moet de essentie zijn van de nieuwe opleiding?
Onderwijsspecialisten opleiden door onderwijsspecialisten. 

Realiseer een gedegen vakopleiding voor leraren basisonderwijs, HBO-niveau, gericht op optimale kennis van onderwijszaken, gebaseerd op recent onderzoek, staand op de schouders van eerder genoemde illustere voorgangers. Een opleiding om trots op te zijn, met baangarantie en respect van iedereen waar de leraar voor aan het werk gaat. Daar komen mensen voor. Daarvoor staan ze letterlijk en figuurlijk in de rij, zowel vanuit het voortgezet onderwijs als de zij-instromers.

Hoe wordt de opleiding opgebouwd?

  • Start met een basisjaar voor alle studenten. Brede oriëntatie op basisonderwijs, zowel in de praktijk als in de theorie, zodat studenten een goede indruk krijgen waar ze aan beginnen. 
  • Aan het eind van het eerste jaar (evt halverwege 2e jaar) kiezen voor het jongere kind of het oudere kind: in het huidige schoolsysteem betekent dat groep 1 t/m 4 en 5 t/m 8. 
  • Na de keuze volgt de verdieping op ontwikkeling van de gekozen leeftijdsgroep. Aandacht voor ontwikkelingspsychologie, leerpsychologie, pedagogiek, didaktiek. Uitwerking in de stagepraktijk.
  • Het derde jaar wordt besteed aan verdieping van het tweede jaar. Aan de slag met eigen talent en ambitie vanuit de echte wereld, als leraar van de toekomst,. 
  • Het vierde jaar is het moment voor een gedegen onderzoek met een sterke link naar de praktijk: nog meer kennis en vaardigheden. Weten waar je voor staat, klaar voor de eerste baan.

De nieuwe opleiding wordt verzorgd door innovatieve en ondernemende docenten die zelf recente basisonderwijservaring hebben, liefst nog ergens bij een basisschool betrokken zijn. Hiermee wordt voorkomen dat studenten in het oude systeem worden opgeleid, door docenten die zelf niet of nauwelijks voor de klas hebben gestaan. 

De uitdaging
Voor het jonge kind wordt het vinden van mensen uit de praktijk een uitdaging, omdat de kennis en expertise van de vroegere kleuterleerkrachten over maximaal 4 jaar het onderwijs uitstroomt. Voor altijd. Er is (nog) geen vervanging. De huidige opleidingen hebben voor het overgrote deel niet kunnen voorzien in een gedegen opleiding voor het jonge kind. 

De ‘oude KLOS’ wordt gezien als een relict uit de oertijd en dat is op z’n zachtst gezegd jammer. In feite ligt bij de invoering van het basisonderwijs (1985) de oorsprong van de achteruitgang van ons basisonderwijs. Iedere ontwikkelingspsycholoog weet dat de eerste levensjaren van een kind cruciaal zijn voor wat het de rest van zijn/haar leven kan gaan doen en bereiken. Wij hebben deze inzichten sinds 1985 naast ons neer gelegd, bewust en met alle gevolgen vandien. 

De start bepaalt het succes en dat geldt in hoge mate voor de onderwijsstart van onze kinderen. Daar hoort een specialist te staan, niet een soort manusje-van-alles, met/zonder opleiding. Het is de hoogste tijd voor de specialisten voor het jonge kind. Daarmee verhoog je de kwaliteit van het onderwijs aan de basis, vanaf de basis. Met recht ‘basisonderwijs’.

Pluspunten van de nieuwe opleiding
De mogelijkheid om te kiezen voor het jongere dan wel oudere kind zal veel jonge mensen enorm aanspreken: je hoeft niet voor 4 t/m 12 alles te kunnen en te weten. 

Ligt jouw hart bij het jonge kind? Word onderwijspecialist voor het jonge kind. Dit voorkomt ook de uitstroom van onderwijsassenten die (zeker in een IKC) uitstekend op hun plek zitten in de onderbouw, maar het niet zien zitten om in de bovenbouw aan de slag te gaan.

Ben jij helemaal de leraar voor het oudere kind, richting voortgezet onderwijs? Kies de specialisatie voor het oudere kind. Deze keuzemogelijkheid zal ook de zo broodnodige meesters in de scholen brengen. Daarnaast ligt hier de mogelijkheid voor een carrièrestap naar het voortgezet onderwijs. 

De gerichte opleiding zet de specialist rechtstreeks bij het kind en maakt dat de kwaliteit van het geboden onderwijs rechtstreeks bij het kind op tafel komt, zonder tussenkomst van andere begeleiders/coaches/et cetera. Dit bespaart veel tijd, geld en energie voor alle betrokkenen en draagt bovendien bij aan het werkplezier van de leerkracht. Dit is waar ze voor komen. 

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om specialismen in combinatie met flexibiliteit. Een leven lang leren is niet meer genoeg. Je moet vandaag de dag weten waar je goed in bent, waar jouw talenten liggen en wat je daarmee in kunt/wilt bereiken. De nieuwe leraar bereidt kinderen ook in deze dingen voor op hun toekomst, vanuit eigen expertise en ervaring. Dat is echt toekomstgericht onderwijs.

Kinderen hebben voor hun toekomst de beste leraren van vandaag nodig. Sterker nog: daar hebben ze recht op, vanaf dag 1. 

Doen?? 
Doen!!

Met nieuwsgierige groet, 

Jetta Franssen 

Onderwijsontwikkelaar voor EXOVA
Specialist hoogbegaafdheid
Voormalig kleuterleerkracht-voor-altijd
Studentbegeleider Iselinge Hogeschool
‘Die ene juf…’

Delen: