Ieder kind verdient de kans uit te groeien tot lezer

Een uitspraak die niet van mijzelf is – ik had hem graag gemaakt - maar uit de koker komt van de Bibliotheek op school (dBos). dBos initieert en ondersteunt samenwerking van scholen, openbare bibliotheken en gemeentes die werken aan taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren. In brochures over relevant onderzoek op het gebied van lezen en leesbevordering toont de Bibliotheek op school het verband aan tussen de kwaliteit én kwantiteit van de schoolbibliotheek en de leesresulaten van de leerlingen. Voor het realiseren van dit positieve verband is het belangrijk een leescoördinator te hebben. Deze worden opgeleid in de cursus Open Boek.

Leesbevordering
Volgens Nicolien de Pater, trainer bij de cursus Open Boek, is het basisonderwijs doordrongen van de noodzaak leeskilometers te maken. Iedere leerkracht weet dat lezen goed is voor de taalontwikkeling. De Bibliotheek op school heeft veel aandacht voor kinderen met een taalachterstand. Daarnaast bezint dBos zich momenteel op hoe ouderpartnerschap een rol kan spelen bij leesbevordering van laaggeletterden. Kinderen uit anderstalige en lage sociale milieus starten de basisschool met een achterstand in de woordenschat. In de onderbouw is het interactief voorlezen het middel om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Vanaf de middenbouw is vrij lezen de manier om de genoemde achterstand weg te werken. Kinderen die dagelijks 15 minuten vrij lezen, vergroten hun woordenschat met 1.000 woorden per jaar. Bovendien heeft vrij lezen een positief effect op begrijpend lezen, schrijven en spelling. Uiteraard gelden deze effecten zowel voor autochtone als allochtone kinderen.

Leesplezier en leesmotivatie
Uitgangspunt van de cursus, die vier bijeenkomsten telt, is dat leesplezier en interesse de leesmotivatie aansturen. Voorwaarde voor certificering is dat leerkrachten een leesbevorderingsplan schrijven. Daarna mag de cursist zich leescoördinator noemen en kan hij/zij ervoor ijveren hier tachtig taakuren voor te krijgen. Aanbevolen wordt overigens om de cursus met een collega te doen en beiden veertig taakuren te krijgen. In het leesbevorderingsplan gaat de leerkrachten verder dan de jaarlijkse feestjes als de Kinderboekenweek of De Nationale Voorleeswedstrijd. Alle leesactiviteiten zijn met elkaar verbonden en vertonen een doorgaande lijn. In het plan leggen de aankomende leescoördinatoren de link met het voortgezet technisch lezen, studerend lezen en begrijpend lezen.

Nicolien raadt haar cursisten aan om tijdens de Kinderboekenweek de aandacht eens op één bepaald genre te richten, bijvoorbeeld het prentenboek. Het prentenboek dat in de midden-en bovenbouw geen aandacht meer krijgt, terwijl het ook daar nog zo’n belangrijke rol zou kunnen spelen op het gebied van leesplezier, begrijpend lezen en zelfs ingezet zou kunnen worden bij de zaakvakken. Het prentenboek legt bij het begrijpend luisteren in de onderbouw een stevig fundament voor het begrijpend lezen. Ook daarna is het een geweldige bron van laagfrequente woorden die in alledaagse gesprekken nauwelijks voorkomen.

Drie dimensies
De cursus onderscheidt drie dimensies bij lezen. Bij verhalende boeken is er sprake van de recreatieve lezer, de Kinderjurylezer en de Griffeljurylezer. Bij non-fictie gaat het om de doe-boeken, de informatie in woord en beeld en de verhalende non-fictie. Iedere dimensie is een treetje hoger op de leesladder en vraagt dus meer van de lezer. Het is aan de leerkracht om te ontdekken in welke dimensie zijn/haar leerling leest. Naast het bijhouden van de leesgeschiedenis van de leerling is er een kijkwijzer ontwikkeld om erachter te komen met wat voor soort lezer je te maken hebt. 

Praten over boeken heeft een positief effect op lezen. In de boekenkring raken kinderen enthousiast over boeken, wisselen ze tips uit en wordt een leescultuur gecreëerd en onderhouden. Nicolien geeft ook de workshop De Boekenkring. Een van de tips is de boekensushi waarin de leerkracht en de kinderen zich inbeelden dat de nieuwe boeken langskomen op een lopende band. Ieder kind krijgt twee minuten om het boek te bekijken en te lezen. Na zes minuten heeft ieder kind drie boeken bekeken. En daarna … duikt iedereen met zijn neus in een boek!

De Bibliotheek op school is onderdeel van het programma Kunst van Lezen en is een samenwerking tussen de Koninklijke Bibliotheek en Stichting Lezen en de Stichting Samenwerkende Provinciale Ondersteuningsinstellingen Nederland (SPN). dBos wordt gefinancierd door OCW en de SPN. www.bibliotheekopschool.nl. In brochures over relevant onderzoek op het gebied van lezen en leesbevordering toont de Bibliotheek op school het verband aan tussen de kwaliteit én kwantiteit van de schoolbibliotheek en de leesresulaten van de leerlingen. Voor het realiseren van dit positieve verband is het belangrijk een leescoördinator te hebben. Deze worden opgeleid in de cursus Open Boek.

Tekst: Marianne Rozendaal. Ze was als taalcoördinator verbonden aan basisschool De Kleine Reus in Amsterdam.
Beeld: Shutterstock.

Delen: