#Kansengelijkheid

Kansengelijkheid is een utopie; een hedendaags kansloos en vals streven van politiek en bestuurlijk verantwoordelijken die het woord gebruiken om er goede sier mee te maken en tegelijkertijd dondersgoed weten dat deze gelijkheid altijd onhaalbaar was, is en blijft. Zo. Dat is eruit. En het zet de toon, vind je niet? Ik zal het wat context geven. 

Als kansengelijkheid écht een prioriteit zou zijn, dan was er nooit sprake geweest van een hard oplopend lerarentekort. Een lerarentekort dat al jaren bekend was bij al die politiek en bestuurlijk verantwoordelijken, terwijl er niks met die rampzalige wetenschap gedaan werd. Ieder weldenkend mens snapt dat bij een gebrek aan leraren er klassen vol kinderen niet het onderwijs krijgen dat ze in een land als Nederland zouden verdienen. Dat de hardste klappen vallen op de moeilijkste scholen in de lastigste wijken, dat snapt ook iedereen. En toch is dat precies wat zich momenteel voltrekt in honderden klaslokalen per dag in Nederland.

Als kansengelijkheid écht een prioriteit zou zijn, hoe kan het dan dat 18% van onze vijftienjarigen laaggeletterd is? Een derde van onze eigen basisschoolkinderen verlaat groep 8 met een leesniveau dat funest is voor hun verdere ontwikkeling. En toch hebben we het liever over niet-bestaande 21st Century Skills, of over wat precies ‘de bedoeling’ is van ons onderwijs, of over zelf-ontdekkend/gepersonaliseerd/leerstofjaarklassensysteemdoorbrekend onderwijs aangevuld met wetenschappelijk aantoonbare quatsch over leerstijlen en meervoudige intelligenties. 

Als kansengelijkheid écht een prioriteit zou zijn, hoe kan het dan dat de duurbetaalde huiswerkbureautjes en toets-oefenpraktijken als paddenstoelen uit de grond schieten? Al die kinderen die in hun basisschooltijd niet het onderste uit de kan wisten te halen, worden met extra inspanningen alsnog naar de havo of het vwo gedrild. Duizenden slachtoffers van spelling-, lees- en rekenonderwijs worden door deze bureautjes (vaak van ex-leraren) opgekalefaterd, mits de portemonnee van papa en mama dit kan dragen natuurlijk.

Als kansengelijkheid écht een prioriteit zou zijn, hoe kan het dan dat er ieder jaar duizenden kinderen onze kleuterklassen in komen wandelen zonder onze Nederlandse taal machtig te zijn? Kinderen die hier gewoon geboren zijn, maar met een enorme taalachterstand beginnen aan hun schoolcarrière? Hoe kant het dat duizenden jongeren per jaar afzien van studeren door angst voor torenhoge studieschulden? En dat adviezen na eindtoetsen bij hoogopgeleiden vaker naar boven worden bijgesteld? Zo kan ik nog even doorgaan.

Als je écht werk wilt maken van kansengelijkheid, dan heeft dat verstrekkende gevolgen voor de besteding van middelen en het opofferen van vrijheden. Als kansengelijkheid geen goedkope reclameslogan is maar een radicaal streven, dan begint dat bij het oplossen van het kwalitatieve en kwantitatieve lerarentekort. Vervolgens ban je alle vrijheid-blijheid-kwakzalverij uit ons onderwijssysteem en eis je onberispelijke kwaliteit in lees-, spellings- en rekenonderwijs aan de hand van evidence-informed onderwijs. Zo’n fundament, aangebracht door op-en-top-professionals, zorgt voor een stevige basis bij ieder kind, ongeacht de portemonnee of afkomst van de ouders. Als we dan ook ons hoger onderwijs betaalbaar maken, dan komen we in ons streven naar kansengelijkheid een heel eind. 

Al zullen échte gelijke kansen altijd een utopie blijven.

Delen: