Klimaatles zónder opgeheven vinger


Het is nog geen verplicht onderdeel van het curriculum. Maar met de klas aandacht besteden aan klimaatverandering, daar kun je bijna niet meer omheen. Alleen, logischerwijs is niet elke leraar ook deskundige op dat thema. Hoe spijker je de klimaatkennis van je klas én jezelf bij? Kinderboekenschrijver Marc ter Horst schreef Palmen op de Noordpool: “Je hoeft niet bang te zijn voor het thema. Het is écht uit te leggen.” 

Een activist vindt de schrijver zichzelf niet. Hij maakte het kinderklimaatboek ook zeker niet om de wereld te redden. Wél omdat hij het simpelweg interessant vond om in het thema te duiken, en omdat het belangrijk is dat kinderen snappen hoe het zit. Inmiddels is het boek toe aan de derde druk en zijn de vertaalrechten al aan elf landen verkocht. Ter Horst reist met zijn boek regelmatig af naar basisscholen. 

Hoe belangrijk is het om op school aandacht te besteden aan klimaatverandering?  
“Enorm. Kinderen weten er vaak nog heel weinig van, is mijn ervaring. Ik kom wel eens op scholen waar leerlingen dingen zeggen als: ‘Over vijftig jaar zijn we toch allemaal verdronken.’ Hoe komen ze daarbij? Als ik vraag wie dat nog meer denken, gaan er nog meer vingers de lucht in. Dat wil ik dan toch graag rechtzetten, duidelijk maken dat het niet zó erg is. Dat zij echt niet meemaken dat de ijsbeer uitsterft, en dat het met die natte voeten ook nog wel zal meevallen.”

Er valt een hoop te winnen dus? 
“Ja. Wat ik bijvoorbeeld heel jammer vind: veel scholen willen wel iets met duurzaamheid doen, en dat is goed, maar dat komt dan toch vaak neer op zoiets als een kunstwerk met plastic flessen knutselen. Plasticsoep is een groot probleem, maar lang niet zo bedreigend als klimaatverandering. Maar het is natuurlijk wel makkelijker om aandacht aan te besteden. Veel mensen weten ook niet precies hoe die twee zich tot elkaar verhouden.” 

Plasticsoep is lang niet zo bedreigend als klimaatverandering

Dan kom je op een heikel punt: de basiskennis over dit thema ontbreekt vaak. Ga er dan maar eens les over geven.   
“Klopt. De ene docent is trouwens de andere niet. Er zijn er die er superveel van weten, er zijn er wie het niets interesseert en van alles ertussenin. Dat is in de maatschappij natuurlijk niet anders. Maar veel docenten worstelen er dus wel mee. Ze komen er ook niet aan toe om zich in dit onderwerp te verdiepen, ze moeten al zoveel. Daarom doe ik soms inspiratiesessies met leraren. Ik vertel ze dan van alles over hoe ze klimaatverandering kunnen behandelen. Hoe kun je daar nou een mooie les van maken? Het is heel gaaf om te zien hoe enthousiast ze ervan worden.”  

Hoe krijgen we voor elkaar dat alle leerlingen de basiskennis wél gaan meekrijgen? 
“Dan moet je het echt opnemen in het curriculum. Curriculum.nu is ermee bezig, maar de vraag is of dat echt gestalte gaat krijgen, en hoe lang dat vervolgens nog duurt. Moet het verplicht worden? Lastig. Maar ik vind het sowieso belangrijk dat leerlingen weten hoe het systeem van de aarde werkt. Daar is klimaatverandering automatisch onderdeel van. En aandacht voor klimaatverandering biedt ook veel mooie kansen voor vakkenintegratie.” 

Moeten docenten er zelf mee aan de slag? Of kunnen ze het overlaten aan ingehuurde experts, of kinderboekenschrijvers zoals jij? 
“Natuurlijk kan dat. Dat is ook waar het onderwijs waarschijnlijk steeds meer naartoe gaat. De werkdruk in het onderwijs is hoog, je kunt niet alles zelf, en dit is ook nog eens een behoorlijk specialistisch thema. Toen ik voor het eerst lesmethodes voor aardrijkskunde ging schrijven, moest ik ook alles opzoeken. Hoe zit het met eb en vloed, en met seizoenen? Er zijn ook nog steeds genoeg mensen, en dus ook docenten, die denken dat de aarde in de zomer dichter bij de zon staat. Tja, ga dan maar eens vertellen over klimaatverandering.” 

Wat valt je op tijdens je workshops op scholen? 
“Dat kinderen dit thema ontzettend snel oppakken. Mijn boek is voor kinderen van tien jaar en ouder, dus ik ga in principe naar groep 7 en 8. Maar soms melden scholen zich aan met groep 5 en 6. De eerste keren dacht ik: als dat maar werkt… Maar wat bleek? Het kwartje valt wel. Het is echt uit te leggen. Kinderen zijn er voor mijn gevoel ontvankelijker voor dan volwassenen.”

Hun actiebereidheid is vaak ook behoorlijk hoog. 
“Ja en dat past natuurlijk perfect bij dit onderwerp. Je moet niet bang zijn om het kinderen uit te leggen. Ze begrijpen het wel, en het hoeft ook geen somber verhaal te zijn. Het zit vol handelingsperspectief en daar kunnen kinderen echt wat mee. Pas kreeg ik na schoolbezoek nog een mailtje van een moeder. Ze schreef dat haar zoon alleen nog maar hazelnootpasta wil zonder palmolie. ‘Je wordt bedankt, Marc.’”  

Je kunt er niet omheen om bijvoorbeeld ook te vertellen waarom vlees eten niet goed voor de aarde is. Veel van wat kinderen kunnen doen en laten voor een groenere aarde, heeft consequenties voor het gezin. Houd je daar rekening mee? 
“Nee, totaal niet. Ik breng de feiten. Ik zeg niet wat ze moeten doen, ze kunnen zelf conclusies trekken. Ik sta er niet om de wereld te redden en ik houd niet van een ‘opgeheven vingertje’. Ik maak duidelijk wat je kúnt doen. En wat iedereen daarmee doet, moet hij vervolgens zelf weten.”

En hoe zorg je voor licht aan het eind van de tunnel, bij zo’n zorgwekkend thema?  
“Dat handelingsperspectief helpt enorm. En ik vertel dat er al heel veel gebeurt om de schade te beperken. Het gaat mij om het grote plaatje. Zoom eens uit en bekijk jezelf als een klein wezentje op een enorme planeet. Dan zie je dat het heus langzamer gaat dan je denkt, dat er nog van alles aan te doen is, en dat het ook niet erg is als we een beetje terug zouden gaan in luxe. Misschien doe je het liever niet, maar het zou helemaal niet erg zijn om zo te leven als je oma dat deed." 

Wat kunnen docenten concreet doen om zelf tot een goede les te komen? 
“Het is minder moeilijk dan je denkt. Ik begin presentaties meestal met het laten zien van een stukje mammoettand, dan leg ik uit hoe het kan dat de Noordzee daar vol mee ligt. Dan heb je de aandacht van de hele klas al te pakken, het spreekt tot de verbeelding. Via een verhaal over ijstijden is de link naar CO2-uitstoot snel gemaakt. Meestal doen we ook een klimaatquiz, dat werkt altijd goed. Verdiep je in de materie. Lees goede, laagdrempelige klimaatboeken. Op mijn site staat ontzettend veel informatie. Je vindt er heel veel bronnen die ik voor mijn boek heb geraadpleegd: artikelen, video’s, animaties... En leraren kunnen mij natuurlijk altijd mailen.”

 

Palmen op de Noordpool
Iedereen heeft het over klimaatverandering. Maar bijna niemand snapt het. Jij wel, als je dit boek hebt gelezen. Het is een boek over schetende koeien en ronkende auto’s. Over ruziënde wetenschappers en dappere uitvinders. Over schattige fluithazen en verwoestende orkanen. Over palmbomen en mammoeten, ijsbergen en vulkanen, dijken en windmolens… over jou en je toekomst.
- Marc ter Horst, met illustraties van Wendy Panders. Gottmer, € 24,99

Delen: