Proeftoetsende school nodig voor goede toetsen

‘Samen voor krachtig onderwijs’, betekent voor Cito ook daadwerkelijk sámen. Hup, aan tafel met leraren en horen wat er goed gaat en beter kan. Veel scholen delen graag hun ervaringen met Cito. Leraren van allerlei schooltypen doen mee. Een van die scholen is de Prins Mauritsschool in Staphorst. De Nieuwe Leraar sprak met vijf teamleden en twee medewerkers van Cito over het proeftoetsen van de volgende generatie Leerlingvolgsysteem-toetsen (LVS). 

De Prins Mauritsschool is een School met de Bijbel. Tradities, orde en netheid, maar vooral de Bijbel zijn er belangrijk. Bij de ingang hangt een bordje waarop valt te lezen dat met twee woorden spreken wel zo netjes is. En een aantal leraren staat in pak voor de klas. Uit het gesprek blijkt al snel dat de leerkrachten er met veel enthousiasme deelnemen aan de proeftoetsen van Cito. De traditionele inborst en christelijke levensbeschouwingvan de Prins Mauritsschool zorgen wel eens voor bijkomend commentaar op de toetsen. Zo staan er soms zaken in leesteksten die bij het team voor gefronste wenkbrauwen zorgen. Gert Jan Westhoff, leerkracht van groep 8, benoemt een voorbeeld waarin een jongetje met zijn overleden opa praat. “Daar plaatsen wij onze vraagtekens bij, het past niet bij onze belevingswereld. Aangezien er zó veel onderwerpen bestaan om uit te kiezen, is het volgens ons best mogelijk om een iets neutraler thema te nemen.” Gerben Veerbeek (Cito) reageert: “Dat is iets waarmee we bij Cito zoveel mogelijk rekening proberen te houden”.                                                                                                                                         

Henry de Jong is IB’er, gym- en flexleerkracht. Hij bracht school op het idee om mee te doen aan de proeftoetsingen. “Het voelt goed om een bijdrage te kunnen leveren aan de inhoud en wijze van toetsen. We maken veel gebruik van Cito, dan is het logisch om daarvoor iets terug te doen. Bij proeftoetsen denk je mee vanaf het prille begin; echt zinvol om te doen.” Hij voegt hier meteen een praktische opmerking richting Cito aan toe: “De proeftoetsen waren gemakkelijk af te nemen en de handleiding is erg duidelijk. Alleen heb ik wel een vraag over de periode van toetsen: kan dat misschien in een andere periode dan januari en juni? Dan is het al zo druk voor de leerlingen en is de toetslast vrij hoog.” Gerben Veerbeek (Cito) legt uit dat voor LVS 4.0 gedacht wordt aan drie normeringsmomenten in het jaar. Hierdoor hebben scholen meer keuze om de (twee) toetsmomenten te spreiden, zodat er ook meer ruimte is voor het meedoen aan proeftoetsen.

Aan de slag met de toetsuitslag
Gert Jan Westhoff (groep 8) geeft aan dat hij veel liever focust op groei bij zijn leerlingen, dan op score. “Niet iedereen hoeft hoge scores te halen, als ieder kind maar haalt wat maximaal binnen zijn of haar mogelijkheden ligt en zich zo op zijn eigen manier ontwikkelt. Ik gebruik de uitslag van de Eindtoetsen ook om voor een volgend jaar een of twee nieuwe werkpunt te bepalen. Als blijkt dat op een of twee onderdelen wat minder goed gescoord is, dan steek ik daar in een volgend jaar extra op in.Het is daarbij de uitdaging om jezelf af te vragen hoe je het lesgeven op dat vakonderdeel nog kunt verbeteren. Misschien is bijvoorbeeld aanpassing van de basisinstructie gewenst.” Gerben haakt hier op aan: “Door te toetsen wordt duidelijk hoe je groep presteert ten opzichte van een landelijk gemiddelde. We leggen als Cito geen norm op. We bieden je als leerkracht de mogelijkheid om je groep te spiegelen. Daarbij is het goed te kijken naar de groei die leerlingen doormaken. Want elke leerling wil je zien groeien, ongeacht zijn of haar niveau. Door de kwalificatie van ‘zwak’ of ‘matig’ te hangen aan scores van niveau vier of vijf leg je als leraar veel te veel een juk op je schouders. Stel jezelf geen irreële norm, maar zie het gebruik van toetsen als een hulpmiddel. Zo is het ook bedoeld.”

Klaas-Jan Scherpenisse (groep 4) ontfermt zich elke dinsdag over de plusklas. “Ik vind het moeilijk om uit de LVS-toetsen concrete informatie te halen. Daarin ben ik een beetje zoekende. Het kost veel tijd om zelf alles te analyseren. Bij digitale toetsen kun je heerlijk grasduinen door alle gegevens, maar wij toetsen op papier.” Gerben meldt dat de resultaten ook bij een papieren afname digitaal geanalyseerd kunnen worden in het Computerprogramma LOVS. En dat er in de portalop vier of vijf onderdelen ook analyseformulieren staan voor de ‘papieren’ toetsen. IB’er Henry de Jong reageert: “Wij laten alle toetsen op papier maken. We hebben de ervaring dat onze leerlingen lager scoren op de digitale toetsen. Ook kregen we een leerling van een andere school die digitaal toetsen gewend was. Die bleek hier op school structureel beter te scoren. Dat kan natuurlijk meerdere redenen hebben, bijvoorbeeld dat onze kinderen met hun achtergrond de computer niet zo gewoon zijn. Wij hebben daarom nog niet de intentie om digitaal te gaan toetsen.”

“We maken veel gebruik van Cito, daar doen we graag iets voor terug”

Henry de Jong

Momentopname?
Dan valt het woord 'momentopname'. Klaasje Tuin is leerkracht van groep 1 en zegt daarover: “Met de 3.0 toetsen kan ik beter het niveau van de leerling bepalen. Maar het blijft, zeker voor de jongere kleuters, lastig. Het ligt aan de concentratie van die dag of ze worden gespannen van de voor hen onnatuurlijke setting van zo’n toets. Voor sommige kinderen is het werken op een plat vlak nog ingewikkeld of een streepje trekken lastig.” Tamara (Cito) vult aan: “De kleuters moeten lekker in hun vel zitten en geen spanning voelen. Veel scholen leggen uit dat ze werkjes gaan maken uit een boekje; dat vinden ze vaak juist leuk. Komend schooljaar komen we overigens met een nieuw kleuterinstrument, waarbij hun eigen belevingswereld en de speelse manier van volgen voorop staan.”Klaas-Jan vult aan dat leerlingen in de plusklas vaak in groep 3 of 4 nog een voorsprong laten zien, die later steeds meer nivelleert. Gert Jan beaamt dat ook hij pas in de hogere groepen de ware leerling naar buiten ziet komen. Gert Jan: “Ik vind het met die momentopname wel meevallen. Meestal sluiten de resultaten van de eindtoets mooi aan op het LVS van de leerling. Ik heb er misschien op de dertig kinderen drie of vier die daarin ‘uit de toon vallen’. Als ik het niveau van een leerling wil bepalen voor het schooladvies, kijk ik terug in het LVS. Vanaf groep 5 of 6 ontstaat er een stabieler beeld. Voor die tijd is het patroon nog wat grillig.”

Erik Koppelman vraagt zich naar aanleiding van de proeftoetsen hardop af of toetsen steeds moeilijker worden. Die schijn heeft het weleens volgens hem. Gerben Veerbeek legt uit hoe dat komt: “Een nieuwe toets heeft nieuwe inhoud. Het normeringsonderzoek dat we daarvoor doen, is gebaseerd op de kinderen van ‘nu’. Vervolgens ga je een jaar of acht lang de uitslagen van toetsen daartegen afzetten. Maar na een aantal jaar is er toch weer zoveel veranderd dat er behoefte ontstaat aan een nieuwe toets. De nieuwe normering bij deze toets geeft dan weer een actueel beeld van de prestaties van de leerlingen.” Erik Koppelman knikt instemmend en besluit: “Een waardevol gesprek zo met z’n allen. Dank hiervoor!”

Na een proeftoets…

…krijgen scholen de uitslag in de vorm van het aantal goede/foute antwoorden per leerling (dus geen genormeerde score, want de normering volgt pas later, na het zogenaamde ‘normeringsonderzoek’, net voor het uitbrengen van de toets). Verder koppelt Cito de eerste algemene bevindingen van scholen terug. Dus: hoe de toets in het algemeen is ervaren, zijn er bepaalde opgaven waarbij opmerkingen zijn gemaakt? Daarnaast communiceert Cito sinds ongeveer een jaar ook via communities op internet. Om belangstellenden op de hoogte te houden van ontwikkelingen. En om hen te vragen om mee te denken met of input te geven aan de ontwikkelaars, bijvoorbeeld via polls.

Cito haalt na een proeftoets veel informatie uit de gegeven antwoorden, bijvoorbeeld over de moeilijkheid en het onderscheidend vermogen van opgaven. Maar ook: meten de opgaven wel wat ze moeten meten? Daarnaast zijn de meningen van de leerkrachten, en via hen de meningen van de leerlingen, erg nuttig. Met de statistische gegevens en de informatie van de leerkrachten gaan toetsdeskundigen aan de slag om de beste opgaven te selecteren. Die komen in de uiteindelijke toets terecht. Voor Cito zijn deze proef- en normeringsonderzoeken onmisbaar bij het samenstellen van goede toetsen. 

Acht stappen om een goede en betrouwbare toets te maken in het kort:

1 -> toetsdoel bepalen 2 -> toetsopzet bepalen 3 -> opgaven maken 4 -> proefafname 5 -> opgaven selecteren 6 -> toets samenstellen 7 -> normeringsonderzoek 8 -> uitgave

Ook meedenken over nieuwe ontwikkelingen? Kijk dan op cito.nl of neem contact op met de afdeling klantenservice.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Cito.

Delen: