Rekenen moet je doen!

In groep 6 woon ik een rekenles bij. Ik ben al vroeg aanwezig in de klas en kijk rond: wie is nou Stef ? Wanneer juf Els de rekenles aankondigt, hoor ik van achteruit de klas een diepe zucht. Het kan niet anders of dat moet Stef zijn, de jongen waar Els me al over vertelde: hij vindt rekenen verschrikkelijk, al jaren. En als dieptepunt had hij dit jaar op zijn verlanglijstje voor Sinterklaas opgeschreven dat hij graag een rekenknobbel wilde.

Praatje op de gang
Het blijft vandaag niet bij zuchten, Stef moppert hardop en pakt spullen van zijn buurman af waardoor er ruzie dreigt. Juf Els vraagt aan Stef of hij vandaag met mij een praatje wil maken op de gang. Dat lijkt hem wel wat. Alles beter dan een rekenles.

Stef vertelt daar dat hij van sporten houdt: voetbal en atletiek. Hij is heel goed in verspringen en later wordt hij de beste atleet, want daarbij hoef je in ieder geval niet te rekenen. Wanneer ik hem vraag hoe ver hij dan kan springen, antwoordt Stef: “Bijna 2 meter.” Ik vertel hem dat ik dat niet geloof, dat hij vast niet weet hoe ver dat is. Ik geef hem de rol schilderstape die altijd in mijn schooltas zit en vraag hem een stuk van 2 meter op de vloer van de gang te plakken. Fanatiek meet hij twee grote stappen uit en plakt de tape op de grond. Samen meten we de streep na op de vloer: 1 meter en 89 cm. “Zie je wel dat ik het weet?” zegt Stef triomfantelijk.

Een meter plakken
Rekenen hoeft niet altijd uit een boek te komen. Het schoolgebouw, de gang en het plein bieden ook veel mogelijkheden om mee te rekenen. Plakken van een meter in de gang, zoeken naar vormen in het schoolgebouw, schatten van de omtrek van het schoolplein: allemaal voorbeelden van activiteiten die een goede start kunnen zijn om een nieuw onderwerp te verkennen.

Bovenstaande activiteiten horen dan thuis in de fase van het informeel handelen in werkelijkheidssituaties in het handelingsmodel (Protocol ERWD, 2011). Deze fase is belangrijk voor begripsvorming, maar ook voor de motivatie van leerlingen. Anders gezegd: rekenen heeft haar wortels in de menselijke activiteit en realiteit, dus rekenen is handelen, rekenen is doen. (van Vugt &Wösten, 2005). Leerlingen in de klas, zoals Stef, motiveer je voor rekenen door handelend te starten.

Niet alleen bij het verkennen van nieuwe onderwerpen onderin het handelingsmodel, ook het oefenen met het metriek stelsel hoger in het handelingsmodel, kun je ‘doen’. Bijvoorbeeld door het metriek stelsel op de trappen van het schoolgebouw te schilderen en leerlingen vragen daar de opgaven als ‘5 meter = … cm’  op te lossen door tussen de treden heen en weer te springen. Dat het van meter naar centimeter dan niet alleen in woorden twee sprongetjes zijn, zullen leerlingen zo letterlijk en met veel plezier ervaren.

Rondje rekenspel
Rekenspellen zijn ook voorbeelden waarbij leerlingen actief bezig zijn met rekenen. Rondje Rekenspel (Slo) bestaat uit getallenkaartjes met hele getallen, breuken en decimale getallen die veel spelmogelijkheden bieden. Deel de kaartjes eens willekeurig uit en laat leerlingen op een rij gaan staan van het laagste decimale getal naar het hoogste decimale getal. Om extra uitdaging te bieden geef je een paar leerlingen kaartjes met een breuk: waar moet je nu gaan staan in de rij?

Terug naar Stef in de gang. Zijn stuk tape is 1 meter en 89 cm. Wanneer ik hem vraag of hij nu uit kan rekenen hoeveel centimeter dit van 2 meter af zit zegt hij glunderend: “Nog 11 centimeter erbij.” Ik heb een binnenpretje: rekenen moet je gewoon doen. Zie je wel?