Rekenen voorbij de anderhalve meter

Net bijgekomen van de discussie over het primaat van het ‘wat’ (leerstof) bij het reken-wiskundeonderwijs tijdens de curriculumdebatten, stort onderwijsland zich vol overgave in het belang van het ‘hoe’ (didactiek) bij het reken-wiskundeonderwijs tijdens de gefaseerde openstelling van de scholen en het afstandsonderwijs tijdens en ná het coronavirus.

Vóór het coronaloze tijdperk was de verbinding tussen soort leerstof en het type didactiek vanwege staatrechtelijke redenen vrijwel onbespreekbaar. Want - in het verlengde van artikel 23 van de vrijheid van onderwijs – schermden de (semi) overheidsorganisaties dat zij zich op basis van dat artikel niet konden inlaten met de inrichting van het onderwijs. Nog geen maand later strooien de door de overheid gefinancierde onderwijsinstanties zonder blikken of blozen pedagogical content knowledge (internationale aanduiding voor didactiek) over leraren (én ouders) uit.

Anderhalvemetersamenleving

Momenteel vindt het reken-wiskundeonderwijs aan de leerlingen deels op school en deels op afstand plaats, al of niet met behulp van devices en de bijbehorende digitale programma’s. Leraren raken echter overspoeld met goedbedoelde adviezen. Daarom is het goed dat organisaties kaders aan de leraren geven.

Zo zijn er op de site thuisonderwijs (SLO) richtlijnen voor het prioriteren van leerdoelen. Via een deeplink, gelinkt aan Kennisnet, zijn er suggesties te vinden voor prioritering van leerdoelen in rekenmethoden die in ontwikkeling zijn. Bij lesopafstand.nl vind je kaarten die leraren helpen bij het selecteren van doelen, aanpassingen in de organisatie en het volgen van de ontwikkelingen van de leerlingen. Op een deelsite van het Cito zijn er aanbevelingen voor de Citotoetsing ten tijde van de coronamaatregelen en daarna. Helder is de aanbeveling van het Cito om aan het begin van nieuwe schooljaar gebruik te maken van de kwarttoetsen (toetsen tussen M en E, de zogenaamde M/leerjaar-E/leerjaar toetsen). De anderhalvemetersamenleving biedt het primair onderwijs kansen om de overladenheid in het reken-wiskundecurriculum terug te dringen. En door méér te focussen op de essenties in het reken-wiskundeonderwijs kan deze aanpak wellicht ook een bijdrage leveren aan het verhogen van het gemiddelde aantal leerlingen dat het 1S niveau bereikt (47% in plaats van de gestelde 65%). Maar is dit voldoende?

De leraar als beïnvloedbare factor

Een boeiende vraag is welke ontwikkelingen uit de anderhalvemetersamenleving een bijdrage kunnen blijven leveren aan het reken-wiskundeonderwijs in het post-coronatijdperk? Hickendorff (2017) geeft in haar onderzoek Rekenen op de basisschool aan dat slechts 10% procent van de verschillen in rekenprestaties tussen leerlingen te verklaren is door beïnvloedbare en niet beïnvloedbare factoren. Beïnvloedbare factoren zijn: leskenmerken, leraarkenmerken en leerlingkenmerken. Voor de leraar is van belang dat hij of zij (1) kennis heeft van leerstrategieën en representaties van de inhoud van het vak, en (2) kennis heeft van de (mis)concepties van de leerlingen. De reken-wiskunde didacticus Swan (2017) noemt een aantal belangrijke didactische tools die de leraar als beïnvloedbare factor kan inzetten. Naast het voortbouwen op de reeds aanwezige kennis en het ontwikkelen van reken-wiskundetaal in de interactie, speelt het focussen op conceptuele obstakels en processen een cruciale rol. Het advies van organisaties om je als leraar met name te richten op de essenties en de meest elementaire concepten – bij de domeinen getallen, meten/meetkunde, verbanden en verhoudingen – omarm ik daarom van harte. Maar dit moet in combinatie gaan met een didactische aanpak waarin ruimte is voor leren met en van elkaar door verklaringen, toepassingen en verbindingen (zowel naar binnen als buiten rekenen-wiskunde), en waar expliciet aandacht is voor wat is geleerd en hoe het is geleerd.

Schouder aan schouder

Op Twitter zag ik een leuke infographic van Jo Boaler over waarop de focus moet liggen bij rekenen-wiskunde. Wanneer leraren zich richten op de essenties van rekenen-wiskunde in combinatie met een didactiek van verklaren, verbinden en het toepassen, staat de ontwikkeling van rekenen-wiskunde centraal in plaats van het wegwerken van achterstanden. Hiervoor is moed nodig. Lef hebben om vakinhoudelijke en -didactische keuzes te durven blijven maken die soms ingaan tegen heersende populistische reken-wiskundeopvattingen. Maar je staat hierin niet alleen. We staan op schouders van onderwijsreuzen als Canada (Ontario), Finland en Japan die deze aanpakken (soms deels, soms volledig) succesvol toepassen. Schouder aan schouder kunnen wij hierin ook samen sterk staan.

Een nieuw normaal Rekenland

Denkend aan een nieuw normaal Rekenland zie ik rode draden van goed rekenonderwijs meanderen door een zwevend en ongewis onderwijslandschap. Rekenchallenges is zo’n draad, van leraar Annieke Otten - Zantinge. De bedoeling van de challenges is om de leerstof van school meer betekenis te geven in de leefwereld van de leerlingen thuis. Dit verhoudt zich prima om de verbinding met de buitenwereld te maken, maar ook om expliciet thuis aandacht te geven over hoe de leerstof geleerd is. Bij de rekenchallenges komen onder meer aan de orde: getalbegrip, meten, meetkunde, tijd, geld, verhoudingen, breuken, procenten etc.

Ook zie ik mooie korte instructievideo’s voorbijkomen die leraren ontwikkelen, à la Flipping the Classroom. In deze video’s zie ik dat leraren voortbouwen op de reeds aanwezige kennis, en reken-wiskundetaal actief inzetten en zich focussen op rekenconcepten. In soms 7 à 8 minuten weten leraren de reken-wiskunde tot de essenties – Big Ideas ­– terug te brengen.

Een laatste initiatief dat ik wil noemen is dat van Martin Ooijevaar van SKOWF. Samen met zijn rekencoördinatoren heeft hij een eerste poging gedaan om een overzicht te maken van cruciale rekeneinddoelen van groep 3 t/m 8 in de periode van afstandsonderwijs. In dit overzicht vind je een aantal essentiële rekeneinddoelen per leerjaar. Hoewel de doelen beperkt zijn tot getallen, getalbegrip, bewerkingen en meten, is er een begin gemaakt met het prioriteren van rekendoelen die we kunnen gebruiken bij het gefaseerd openstellen van de scholen.

 

 

 

 

Delen: