Ubuntu

Het beroep van leraar is een van de meest complexe beroepen ter wereld. Voor ieder kind op het juiste moment het goede doen is topsport en vraagt om een hoge mate van pedagogische intuïtie en menselijke verbondenheid. Het beroep vraagt om ruimte, handelingsvermogen en professionele autonomie; om zelf vanuit de pure professionaliteit en de hechte relatie tussen kind en leraar de juiste keuzes te maken.

Het beroep van leraar is ook een beroep met zorgen. Veel leraren die vastlopen in hun werk geven aan dat ze die ruimte missen en zich onderdeel voelen van een systeem waarvan ze het gevoel hebben er geen invloed op te hebben.

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat Nederlandse leraren kampen met werkdruk, één op de vijf leraren heeft te maken met energetische problemen. In het onderzoek van CBS/TNO wordt gewezen op de hoge werkdruk en de administratieve werkzaamheden als oorzaak voor de klachten. Leraren werken structureel bijna zeven uur per week over en ook in de vakanties maken leraren extra uren. Ondanks deze cijfers geven de leraren hun vak een voldoende en zijn ze tevreden met hun werk.

De discussie rondom werkdruk en werkgeluk brengt me terug naar het lokaal van meester Jamar in de buitenwijk Nooitgedagt van Johannesburg. Ik was in de eindfase van de PABO en deed onderzoek naar meertaligheid. Meester Jamar gaf de kinderen in zijn groep regelmaat, zoals collectieve begroetingen voor het betreden van de school en het lokaal. Regelmatig werd gevraagd om een gezamenlijke bevestiging in koor. Deze opgelegde routines zorgden tegen mijn verwachting in niet voor een hiërarchische sfeer, ze boden juist veel duidelijkheid. Eenmaal in de klas ontpopte de kaarsrechte rij kinderen zich tot een harmonisch en organisch ecosysteem. Jamar hielp de kinderen waar nodig, maar gaf ook ruimte aan eigen initiatief. Er werd op een slimme en doeltreffende manier gebruik gemaakt van elkaars kwaliteiten. Als iemand een vraag had over geografie werd het kind dat daarin uitblonk gevraagd om andere kinderen te helpen. Als een kind moeite had met het voordragen van een gedicht, was de hele groep gericht op het aanwakkeren van ontwikkeling bij het desbetreffende kind.

Meester Jamar, die ook schoolleider was, gaf op precies dezelfde manier leiding aan zijn team. Uitspraken als ‘We kunnen pas naar huis als iedereen klaar is’ en ‘Het was een goede dag als iedereen een goede dag gehad heeft’ hingen op grote vellen aan de muur. Bijzondere successen werden gedeeld en op een krijtbord geschreven, ze dienden als inspirerende bronnen mvan energie. Ubuntu – ik ben omdat wij zijn - was in de school van Jamar geen ongeschreven regel, maar een dagelijkse levensles voor iedereen die verbonden was met de leergemeenschap.

In het te lijf gaan van werkdruk kunnen we wellicht meer denken in termen van het aantrekken en vergroten van werkgeluk. Als je als school een goede bestemming zoekt voor de werkdrukgelden, doe het dan in samenspraak met je team en laat de lessen van meester Jamar een bron van inspiratie zijn.

Delen: