Waar past Thijs?

Over een jarenlange zoektocht die een supermatch opleverde. Mét aansluitend commentaar van Leraar van het Jaar S(V)O Anna Hinkema. We hebben het over Thijs Klein Leugemors, net veertien jaar. De basisschoolleeftijd ontgroeid, klopt, maar zijn schooltijd staat vanaf het begin in het teken van sluitende deuren en schouderophalende beroepskrachten. Het dreef de mensen die van hem houden vaak tot wanhoop. Thijs heeft last van autisme.

Het is een lieve jongen met een nuchtere Twentse vader en een energieke Nigeriaanse moeder. Soms verkeert hij overduidelijk in zijn eigen wereld; op andere momenten springt hij enthousiast door het leven. Hij is intelligent en leergierig. Als het om rekenen en computerkennis gaat, is hij zijn leeftijdgenoten ver voor. Veel prikkels en onzekerheid zijn funest. Al vroeg is duidelijk dat Thijs een speciale onderwijsplek nodig heeft.

Thuis op de bank
Zo rustig als zijn tweelingbroer Bart door de basisschoolperiode manoeuvreert, zo hobbelig verloopt het voor Thijs. Veel verschillende scholen en instituten passeren de revue, maar steeds loopt het na een aantal maanden tot jaren weer spaak. Moeder Uzo ziet zich genoodzaakt haar baan op te zeggen. Ze wordt zó vaak gebeld dat er problemen zijn met haar zoon, dat gewoon doorwerken een onmogelijke opgave wordt. Ook Thijs komt permanent thuis te zitten, anderhalf jaar lang (begin 2016 zaten bijna 10.000 kinderen thuis, nrc.nl 3 februari 2016). Hij kan nergens meer terecht. Zijn oma stuurt uiteindelijk een furieuze brief naar het ministerie. Een half jaar lang thuisonderwijs is het resultaat.

Daarna leek één school het nog te willen proberen, maar ook dat bleek een fiasco. Uzo: “Thijs zat daar bijna constant apart, weggestopt achter de computer. Hij had vaak niet eens schoolwerk te doen. Toen de directrice ons ook nog botweg meedeelde dat het nooit iets zou worden met onze zoon en hij nooit ergens een diploma zou gaan halen, zakte de moed ons in de schoenen.”

De kansen keren
Een onderwijsconsulente van de gemeente Arnhem komt dan met ‘De Lans’, een Vrijeschool voor Speciaal Onderwijs in het Gelderse Brummen. De familie raapt voor de zoveelste keer alle moed bijeen. Godzijdank blijkt dát een schot in de roos. Eindelijk.

Luuk van Kordelaar is de leerkracht van Thijs. “Hij was hier van harte welkom, maar wel met een begeleider”, vertelt Luuk. “Ik wilde vooraf geen dossier lezen, om te voorkomen dat ik belast zou raken met vooroordelen. Wel heb ik met Kevin, Thijs’ begeleider, een halve dag meegedraaid op de oude school. Op basis daarvan voelde ik dat hij op De Lans zou passen. De eerste keer dat hij hier kwam, wilde hij voor me uit de klas in benen. Toen zei ik meteen: ‘Thijs, ho, op de Lans gaan we niet zo de klas in, maar doen we dat zó.’ We doen dat op een vaste manier en daar hechten we waarde aan. Die duidelijkheid, ook in soms ogenschijnlijke details, is fijn voor hem.”

Gulden snede
“Thijs was meteen heel enthousiast over de vorm van de onze ramen. Hij herkende er de gulden snede in (een perfecte verhouding die opduikt in de natuur, architectuur en zelf in het menselijk lichaam en waarvoor de Fibonaccireeks de rekenkundige basis vormt, red.). Dat vindt hij machtig interessant. Ik leer van alles van hem. De Fibonaccireeks, hoe het zit met conflictgebieden op de wereld, maar bijvoorbeeld ook dat ik met Alt F4 een computerprogramma ineens kan afsluiten. (lachend) Thijs doorziet mensen meteen – of ze ‘echt’ zijn in hun gedrag of niet - maar ik doorzie hém ook altijd. De manier waarop ik met Thijs omga, is voor een heel groot deel gebaseerd op gevoel. Je moet hem als het ware temperen en ruimte geven in één.”

“In mijn groep zitten maximaal negen leerlingen en de niveaus verschillen flink. Ze krijgen gedifferentieerd les op hun eigen niveau en bij de klassikale lessen schakel ik enorm in het soort vragen dat ik stel. Dan kan toch iedereen meedoen. Voor Thijs’ rekenkunsten moet ik steeds een passend programma zoeken, maar dat vind ik juist boeiend. We hebben ook de mogelijkheid om in architectuur en geologie te onderwijzen. Onderwerpen die Thijs erg aanspreken. Er bestaan geen boeken in het speciaal onderwijs op die gebieden, dus maak en bundel ik die lesstof zelf.”

Het is belangrijk dat je ook als leerkracht 'gewoon' als mens voor de klas staat en je mankementen durft te laten zien.

Luuk van Kordelaar

Moeder sprong bij
Natuurlijk is het niet louter halleluja. Een kleine kink in de kabel ontstond toen begeleider Kevin twee dagen naar een andere cliënt ging en nog drie van de vijf dagen beschikbaar was voor Thijs. Met de vervanger van Kevin klikte het echt niet. Toen is moeder Uzo een paar maanden ingesprongen. Inmiddels is er een nieuwe begeleider voor maandag en dinsdag. Een wissel van leerkracht kan natuurlijk ook gevolgen hebben. Maar binnen de Vrijeschoolgedachte past prima dat Thijs langere tijd bij Luuk in de groep kan blijven. Luuk: “Een enkele keer ging het echt mis met Thijs en moest ik fysiek ingrijpen. Dat is heftig, maar het gebeurt gelukkig heel weinig. Daarna kunnen we altijd de les weer rustig oppakken. Het belangrijkste is dat je ook als leerkracht ‘gewoon’ als mens voor de klas staat en je eigen mankementen durft te laten zien.”

Lach met tanden
Staand bij de wereldkaart in de klas meldt Luuk dat hij in de Oostblokregio is geweest en het daar niet zo leuk vond. “Waarom niet?” vraagt Thijs. “Omdat mensen er zo weinig glimlachen” zegt Luuk. Thijs aarzelt: “Is dat een lach waar je tanden ziet?”. En meteen daarna: “Waarom glimlachen ze daar weinig?” Luuk legt uit dat mensen vaak armer zijn daar en meer zorgen hebben. Thijs wijst onmiddellijk naar Afrika. “En daar dan? Daar zijn mensen ook arm, maar ze lachen wel meer.” Uzo schiet in de lach: “Simpel, daar schijnt altijd de zon!”

Wat zegt Leraar van het Jaar S(V)O 2016 Anna Hinkema?
In haar ogen is er voor ieder kind een geschikte plek. Pas als een kind daar terecht komt en zich veilig voelt, kan het zich ontwikkelen. Maar er zijn zoveel aspecten die bepalen waar dat is. Waar wordt een kind het beste op zijn niveau aangesproken? Hoeft een kind niet op zijn tenen te lopen? Kan het zijn emotionele ontwikkeling delen met klas-/lotgenoten? Hoe ervaren is de leerkracht? Is het voor de groep niet te belastend? Natuurlijk moet een individueel kind leren, maar de klas moet ook kunnen leren. En vergeet niet dat met de invoering van passend onderwijs leerkrachten soms op een klas van 25 kinderen 5 leerlingen hebben met speciale onderwijsbehoeften. Welke behoeften zijn dat? Is dat haalbaar voor een leerkracht? Het kan niet zo zijn dat een kind kostte wat kost binnen het regulier onderwijs blijft en dan meer buiten dan in de klas zit.

Anna praat vol liefde over haar vak en heeft een schat – maar liefst 32 jaar - aan ervaring. Als leerkracht, ambulant begeleider en voorlichter/coach. Ze geeft twee dagen les aan SVO VMBO 1 en 2 klassen in Groningen. Daarnaast is ze drie dagen als ambulant begeleider actief. Ze begeleidt vooral leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (tos) en/of met dyslexie. Verder heeft ze onder meer ervaring met autisme en selectief mutisme. Ze wil ervoor zorgen dat kinderen met een meer onzichtbare problematiek letterlijk zichtbaar worden. “Gedragsproblemen zien leerkrachten vaak wel”, legt Anna uit. “Maar als je als leerling met een minder zichtbare stoornis, zeker in het voortgezet onderwijs, zelf niet aan de weg timmert, gebeurt er niks. Dan ga je kopje onder in de grote massa en kun je op z’n slechtst helemaal niet meekomen en val je uit.”

IJzeren wil en doorzettingsvermogen gevraagd
“Ik help kinderen of jongeren om het initiatief bij zichzelf te leggen. Ik vraag ze hoe het gaat op school, in de les. Wat voor communicatie ze hebben met hun docent? Dat opent vaak hun ogen. Ze trekken zich vaak terug, terwijl dat averechts werkt natuurlijk. Soms help ik leerlingen met een stoornis of probleem om de klas te vertellen wat er is. Dat zorgt daarna veelal voor veel meer begrip. Klasgenoten beseffen dan wat een vermoeiende exercitie een schooldag kan zijn; ze bieden dan vaak uit zichzelf al hulp aan. Hoe dan ook hebben leerlingen die ik begeleid een ijzeren wil en veel doorzettingsvermogen nodig om hun doel te bereiken.” Met twinkelende ogen – zie hier de passie die ten grondslag ligt aan haar titel Leraar van het Jaar - vertelt ze dat een van ‘haar’ leerlingen op het punt staat om naar het Hbo te gaan. “Ik begeleid hem vanaf zijn twaalfde; hij is nu 25. Zo mooi dat hij zo ver gekomen is!”

Volgens Anna moeten we zuinig blijven op speciaal onderwijs. De expertise die daar zit, moeten we willen behouden. “Soms past een kind, met aanpassingen, prima binnen het regulier onderwijs. Maar het kan voor een kind een verademing zijn om tussen ‘lotgenoten’ terecht te komen, om niet langer het gevoel te hebben altijd achter de feiten aan te hobbelen.” Anna waarschuwt wel om te waken voor te veel verschillende hulpkrachten. “Kijk goed naar wat nodig is en wie dat zo goed mogelijk kan bieden. Ga daarbij alsjeblieft uit van de juiste beginsituatie van een leerling. Bepaal die samen met de ouders of met de vorige docent. Ga op huisbezoek of kijk een dagdeel mee op de oude school. Dan maakt een kind een zo vliegend mogelijke start. Eigenlijk precies wat Luuk en Kevin bij Thijs hebben gedaan.”

Delen: