Werken in rekenhoeken

Samen met mijn collega Martine van Schaik – en met feedback van leraren uit het veld – hebben wij in het cursusjaar 2019–2020 met behulp van subsidie van de Nederlandse Vereniging voor de Ontwikkeling van Reken-Wiskunde Onderwijs (NVORWO) lesmateriaal voor het werken in rekenhoeken voor groep 3 - met een aanzet tot het werken in rekenhoeken in groep 4 en 5 - ontwikkeld. Het lesmateriaal komt binnenkort vrij toegankelijk op de website van de NVORWO: nvorwo.nl/category/gesubsidieerde_projecten/ 

 

Rekenhoeken
Rekenhoeken kennen we vooral van groep 1 en 2. Leraren houden echter al langere tijd een pleidooi om rekenhoeken ook in groep 3, respectievelijk de middenbouw, te gebruiken. Het belang van spel bij de reken-wiskunde ontwikkeling is uitgebreid beschreven in magazines en is regelmatig agendapunt op de bouwvergaderingen. Gaandeweg gaan er steeds meer ballonnen op over het doelgericht en gedifferentieerd werken in rekenhoeken en de doorgaande leerlijn naar de middenbouw.

Drie D's
Centrale vertrekpunten bij het ontwikkelde lesmateriaal ‘Rekenen-Wiskunde voor groep 3 in zes hoeken’ zijn de drie D’s: doelgerichtheid, differentiatie, en doorgaande lijn. Ik licht elk onderwerp aan de hand van een voorbeeld uit de handleiding toe én lanceer een stelling die je met je collega’s kunt bespreken.


1. Doelgerichtheid

Voorbeeld Focusdoel (meten):

De leerling weet dat geldbedragen laten zien hoe duur iets is en begrijpt het systeem van kopen en betalen. Hij kent een aantal munten en biljetten (€1, € 2, € 5 en € 10) en kan hiermee bedragen tot en met € 20 samenstellen.

Stelling:

Werken in rekenhoeken gaat niet over rekenen aan doelen naast de rekenmethode, maar over het werken aan doelen in de rekenmethode/het rekenprogramma.

 

2. Differentiatie

Voorbeelden

Afhankelijk van het niveau van de groep kun je extra aandacht aan handig rekenen besteden met varia-strategieën, zoals: (a) verwisselen bij optellen (bv.: 3 + 6 = 6 + 3); (b) bijna dubbel (bv.: 7 + 8 = 7 + 7 + 1);  (c) rekenen via de 5 (bv.: 7 + 6 = (5 + 2) + (5 + 1) = 10 + 3); (d) omvormen (bv.: 4 + 6 = 5 + 5, 11 - 3 = 10 - 2); (e) rekenen via de 10 (bv.: 6 + 8 = 6 + 4 + 4, 12 - 5 = 12 - 2 - 3); (f) rekenen naar analogie (bv.: 7 - 5 = 2, dus is 17 - 5 = 12); en (g) gebruik maken van de inverse relatie (bv.: 12 - 6 = 6 want 6 + 6 = 12).

Wanneer het schrijven van de cijfersymbolen voor sommige leerlingen nog lastig is, laat hen dan nadenken over een andere vorm van noteren. Hierbij kun je denken aan het bijhouden van de geldbedragen door te turven, maar ook kan er gebruik worden gemaakt van stempels!

Stelling:

Rekenhoeken zijn meer geschikt voor rekendoelen naar boven en beneden, dan voor het aanleren van de basisdoelen!

 

3. Doorgaande lijn

Voorbeeld

In de basisopdracht krijgen de leerlingen de opdracht om met behulp van concentrische cirkels een patroon van een ‘appelbos’ schilderen. Zij krijgen hiervoor een vel A3-papier, dat verdeelt is in 12 vlakken. De cirkels mogen niet teveel afwijken van ‘dikte/ breedte’. De leerlingen schilderen van binnen naar buiten. Er mag geen wit papier meer te zien zijn.

In de doorgaande lijn verdelen de leerlingen een vel A3-papier in 24 vlakken. Er wordt geschilderd van buiten naar binnen. Er mag geen wit meer gezien worden en er mogen geen twee dezelfde kleuren in een cirkel voorkomen.

Stelling

De reken-wiskundeleerstof van de middenbouw leent zich niet om uitgewerkt te worden in Rekenhoeken!

 

 

 

Delen: